Welkom

==Nederlands==

Welkom op mijn bescheiden blog. Op dit domein zullen, hopelijk, met enige regelmaat recensies van en artikelen over ondergrondse muziek worden gepost. De nadruk ligt op metal, maar ook andere genres, zoals ambient, rock en electronica zullen af en toe aan bod komen. De artikelen worden allemaal in het Nederlands geschreven, maar zullen bij tijd en wijlen ook naar het Engels worden vertaald voor de ongelukkigen die het Nederlands niet machtig zijn.

Algemene opmerkingen, complimenten, schouderklopjes, lofdichten, panegyrieken, bijnadoodsbedreigingen. subtiele beledigingen en onbruikbare suggesties kunnen, mits in perfect Nederlands, gestuurd worden naar entfesselt@hotmail.com.

(Voor optimaal leesplezier, raad ik je aan om AdBlock Plus te installeren.)

==English==

To make the site look more orderly, the English version has recently been moved to a separate blog. Click here to leave the realm of Dutchia.

IJzeren Gordijnen en Rooie Rockers

(geschreven door Irrlicht en Degtyarov)

Vrij naar: hotrussianbrides.com. Helaas is dat nog echt waar ook.

 

(For the English version, click here.)

 

Hee, jij daar. Haal die Big Mac™® eens uit je mond en zet je Blackberry voor de verandering eens uit. Het is vandaag 9 mei, dus de Dag van de Overwinning in de voormalige Sovjet-Unie. Want het is nu precies 67 jaar geleden dat de Duitsers massaal ‘Auf Wiedersehen’ zeiden en uitgeschakeld werden op het Wereldkampioenschap Oorlogje Spelen. Een prima gelegenheid om eens een kijkje te nemen achter het inmiddels verdwenen IJzeren Gordijn. Want hoewel het communisme in Oost-Europa alweer een tijd geleden de dieperik in is gegaan, bestaat er nog steeds een culturele grens tussen West- en Oost-Europa. Een culturele grens die ons Westerlingen er dikwijls van weerhoudt eens te gaan kijken wat het andere deel van het continent zoal te bieden heeft op cultureel gebied. Neem nou muziek.[/subtielbruggetje] Hoeveel bands uit het voormalige Oostblok kennen we hier nou eenmaal? Drudkh misschien? Of wat andere wazige blackmetalprojecten? Het is hoe dan ook de moeite waard om eens te kijken hoe bijvoorbeeld Russen, Oekraïners en Polen hun eigen draai geven aan genres als punk, rock en metal. Daarom deze kleine bloemlezing om je alvast een duwtje in de goede richting te geven.

 

EshelonOpmerkelijk authentiek voor een internationalistische band

De Moskouse formatie Eshelon (Эшелон) is zo overduidelijk communistisch, dat je bijna onmogelijk om hun politieke voorkeur heen kunt, zelfs al spreek je geen woord Russisch. En dan verwijs ik nog niet eens naar de op charmante wijze verkeerd gespelde Engelse titel van hun eerste langspeelplaat, Totalitarism Now! uit 2004. Dit behoorlijk indrukwekkende album is een mengelmoes van simpele maar glorieuze metal die af en toe tegen de power metal aanhangt, en moderne herinterpretaties van oude Sovjetliederen. Vooral de krachtige, zuivere zang van Ivan Baranov en de creatieve baslijnen van Dmitriy Chronyi zijn van uitmuntende kwaliteit. In combinatie met de niet al te ingewikkelde, melodieuze composities, maakt dit Totalitarism Now! tot een relatief toegankelijk album. Veel van de nummers op deze CD zijn duidelijk geïnspireerd door traditionele Russische muziek, waardoor de band een vreemde sfeer creëert die voortdurend heen en weer springt tussen glorie, melancholie en nostalgie.

Het volgende nummer, “Священная Война” (Svyashchennaya Voyna / Heilige Oorlog) is een rockversie van een Sovjetlied uit de Tweede Wereldoorlog. De eerste die stopt met headbangen wordt voor heropvoeding naar Siberië gestuurd.

Eshelon – Svyaschennaya Voyna

 

Krasniye ZvezdiRode nostalgie uit Wit-Rusland

Красные Звёзды/Krasniye Zvezdi, oftewel Rode Ster of Rode Sterren (afhankelijk van welke vertaling je volgt), is een Wit-Russische rockband uit Minsk en waarschijnlijk één van de beste bands die ik tot nu toe heb mogen ontdekken. Jammer genoeg is het materiaal van de band, naast geweldig, ook heel moeilijk te vinden. Maar toen ik voor het eerst de stem van frontman Vladimir Selivanov hoorde in een YouTube-filmpje van uiterst bedenkelijke kwaliteit, wist ik dat ik iets heel bijzonders ontdekt had.

Het vroege werk van de band is een vreemde combinatie van rauwe, slecht opgenomen punk met een zanger die eigenlijk het niveau van de muziek ontstijgt. De teksten zijn een ode aan een groots Sovjetverleden en zijn vervuld van welgemeend patriottisme. Net als met Eshelon, zit ook in het oeuvre van Krasniye Zvezdi een aantal oude communistische liederen. Het onmiskenbare charisma en talent dat van Selivanov uitgaat – en dit kan niet genoeg benadrukt worden – is wat deze band doet uitstijgen boven de gemiddelde (Wit-)Russische rockband.

Er zit nogal een verschil in stijl tussen het werk dat de band in de jaren ’90 produceerde en de muziek die ze heden ten dage maken, wat deels te wijten is aan de periode tussen 1998 en 2009, waarin de band uit elkaar was gegaan. Het nieuwe Krasniye Zvezdi is wat tammer, minder politiek geladen en wellicht wat beter in staat om een breder publiek aan te spreken, wat overigens niet wil zeggen dat de band er slechter op is geworden. Integendeel zelfs, want Selivanov is nu nog enthousiaster over zijn werk. Naar wat ik begrijp, tourt de band momenteel fanatiek door Moskou en omstreken, en op YouTube is dan ook een veelvoud aan liveopnames terug te vinden.

Dit nummer is een voorbeeld van hun eerdere werk. Mijn excuses voor de belachelijke fanvideo.

Krasniye Zvezdi – Poezd

 

(?) Grupa CCCPAls de enige manier om een terrorist te doden, het maken van geweldige muziek is

Grupa CCCP (Группа СССР; “Groep USSR”) is met gemak de minst bekende band die in dit artikel voorkomt, maar zeker niet de minst interessante. De groep bestaat uit veteranen uit de oorlog van de Sovjets in Afghanistan (1979-1989), een ervaring die ook gelijk de inspiratiebron is voor een groot deel van hun teksten. De bandleden treden zelfs op in hun oude legeruniformen, waardoor hun verschijning in combinatie met de emotionele, professioneel klinkende muziek die ze maken een bijna surrealistisch beeld geeft.

Zoals dat wel vaker gaat met bands van een dergelijke obscuriteit, was Grupa CCCP voor mij een toevalstreffer op YouTube. Door hun vrij algemene naam zijn zoekopdrachten naar hun materiaal problematisch, en de weinige bruikbare zoekresultaten zijn vrijwel allemaal in het Russisch. Zodoende weet ik niets over de achtergrond van de band (afgezien van wat ik reeds verteld heb) en zijn de nummers die ik van ze ken op twee handen te tellen. Die nummers zijn niet eens allemaal goed, daar hun stijl erg varieert. Zo hebben ze een aantal (rock)ballades, nummers met industriële elementen, maar ook iet wat cheesy pop.

Toch wil ik jullie deze bijzondere, eigenaardige groep niet onthouden. Er is een namelijk dikke kans dat dit de laatste keer is dat je van deze band zult horen, dus moet je toch tenminste kennis nemen van dit geweldige nummer, dat al een maand lang bijna dagelijks door ondergetekende gedraaid wordt.

Grupa CCCP – Bronezhilet

 

Grazjdanskaja OboronaRebellie als uitgangspunt

A walk better than The Beatles

Je kunt geen artikel over Russische rockmuziek schrijven zonder op z’n minst even stil te staan bij Гражданская Оборона. Grazjdanskaja Oborona, wat zoveel betekent als “Burgerdefensie”, wordt vaak gezien als de eerste punkband van de Sovjet-Unie en is misschien nog steeds wel de beroemdste Russische rockband. The muziek van de band is tevens net zo controversieel als diens geestelijk vader, Yegor Letov.

Grazjdanskaja Oborona werd opgericht in het Siberische Omsk, in 1984. Aanvankelijk maakten zij vooral naam als felle tegenstanders van het communistische systeem van toen. Hun muziek kenmerkte zich in deze periode vooral als slecht gespeelde, maar zeer emotionele, rauwe punk, voorzien van een opnamekwaliteit die menig blackmetalband niet zou misstaan.

In de loop der jaren veranderde de band net zoveel als Letov zelf. Waar hij begon als uitgesproken anti-communist, ontwikkelde hij naarmate de jaren verstreken een gevoel van nostalgie voor de ‘goeie ouwe tijd’ en steunde hij op het gegeven moment zelfs de Russische Nationaalbolsjewistische Partij. Zijn muziek evolueerde met hem mee en kreeg telkens meer psychedelische elementen. Ondertussen wisselden de teksten net zo vaak van thema als de controversiële, bijna tegenstrijdige frontman van politieke kleur. Als er enige vorm van consistentie uitgaat van zowel Yegor Letov als in Grazjdanskaja Oborona, dan is dat in de vorm van het onwrikbare rebelse karakter dat zowel de man als de muziek bleef kenmerken. Een rebellie tegen alles wat zomaar werd geaccepteerd en alles waar we onze toevlucht in zochten.

Letov zelf stierf in zijn slaap in 2008, maar zijn nalatenschap is ook vandaag de dag nog merkbaar in de vorm van een sterke invloed op de contemporaine Russische rockscene. Dit nummer is een voorbeeld van de muziek die hij in het middelpunt van zijn carrière maakte.

Grazjdanskaja Oborona – Soldatami Ne Rozjdajutsja

 

Een oud maar waar cliché vertelt ons dat het eigenlijk bizar is dat wij het heelal verkennen terwijl we nog zo weinig weten van onze eigen diepzee. Desgelijks kan men vraagtekens zetten bij de al dan niet bewuste aanname van veel West-Europeanen, dat goede muziek en films alleen uit de Verenigde Staten komen, terwijl er veel dichter bij huis een culturele goudmijn ligt die nog altijd onvoldoende verkend wordt. De naschokken van de Koude Oorlog maken het misschien dat de relatieve afstand naar de Warschaupactlanden nog altijd groter is dan de absolute afstand, alsof het IJzeren Gordijn nog steeds ons uitzicht blokkeert. Wellicht zijn sommigen van ons ergens nog bang voor de Russische Beer en zouden we ons uitzicht naar het Oosten het liefst afgedekt houden. Maar je zult nooit zien dat de zon schijnt voordat je de gordijnen opendoet.

 

Bezetting:
Degtyarov – stukken over Eshelon en Grupa CCCP; introductie; conclusie; Nederlandse vertaling.
Irrlicht – stukken over Krasniye Zvezdi en Grazjdanskaja Oborona.

PS: Heb je toch liever pop? Bij dezen.
PPS: Neem alsjeblieft contact met me op als je meer informatie hebt over Grupa CCCP.

Die met je zondagsrust

Recentelijk realiseerde ik me dat ik ondanks de muzikale inslag van deze webpagina nog nooit echt direct nummers heb aangeraden. Misschien dat mijn recensies ertoe bijdragen mensen te interesseren voor een bepaald album, maar een licht verteerbaar YouTube-filmpje op z’n tijd is wellicht handig voor hen die geen zin hebben om iedere keer door mijn hoogdravende, ambigue proza te dwalen om er vervolgens achter te komen dat ik alleen maar zwets over wat schijnbaar bijzaken zijn en als klap op de vuurpijl niet eens het goede fatsoen heb om de novelle in kwestie samen te vatten in een score. Daarom bied ik u, op deze tot nu toe slaapverwekkende zondag, wat muziek om de tijd mee door te komen. De zondag, normaal gesproken een dag van belijdenis, rust, bezinning en insta-suïcide, leent zich namelijk ook bijzonder goed voor lange internetsessies, opdat je volop nieuwe artiesten kunt ontdekken en de daaropvolgende maandag je perspectiefloze kutleven nog iet wat kunt opleuken met een nieuwe soundtrack. Dus sla je oma neer met een teddybeer en geniet van het volgende. (Klik op de titel om het desbetreffende nummer te horen.)

*Ulver*I Troldskog Faren Vild


Het is wellicht een wat onavontuurlijke keuze, aangezien iedereen die het blackmetalgenre een warm hart toedraagt wel bekend zal zijn met Bergtatt – Et Eeventyr I 5 Capitler, het magistrale debuutalbum van Ulver, maar zelfs in de vele jaren die er sindsdien verstreken zijn (het album kwam uit in 1995), zijn er maar weinig liedjes geweest die het openingsnummer van dit album overtroffen in creativiteit en moed. De zang valt met name op, omdat deze in tegenstelling tot de conventies van het genre geheel zuiver en – ironisch genoeg – bijna engelachtig te noemen zijn. De manier waarop de hypnotische gitaarriffs heel rustig opbouwen naar een zeer effectieve climax is ook indrukwekkend te noemen. Absoluut een nummer dat iedereen die ook maar een beetje van metal houdt zou moeten kennen, dus bij dezen.//

*Halgadom*Gott In Uns

Halgadom is in vele opzichten altijd een bipolaire band geweest. Het album Sein und Werden (2004), waar tevens dit nummer op staat, bestaat voor de helft uit neofolknummers en voor de rest uit black metal in de traditie van Absurd en Wolfsmond. Daarnaast speelt de voorman van dit project tevens in een vrij beruchte neonaziband terwijl een ander bandlid betrokken is bij een antifascistisch neofolkproject. Maar de bizarre achtergrond laten we momenteel even voor wat het is, zodat we kunnen genieten van “Gott in uns”, een neofolknummer van het voorgenoemde Sein und Werden. Het is een betoverende compositie waarbij, in tegenstelling tot sommige andere nummers van de band, de combinatie tussen vrouwelijke en mannelijke zang alleraardigst uitpakt. Een prachtig nummer voor koude winteravonden, dus tast toe.//

*Fleurety*Exterminators

Als één album in de niet onverdienstelijke traditie van black metal en aanverwante stromingen in Noorwegen gruwelijk onderschat wordt, is het toch wel het unieke, briljante, verrassende en ongeëvenaarde Min Tid Skal Komme van Fleurety, dat is uitgebracht in 1995. Het album bestaat uit vijf geniale nummers die op uiterst merkwaardige doch zeer succesvolle wijze black metal à la Burzum combineren met progrock uit de jaren ’70. Het enige wat in het eindresultaat wellicht niet helemaal op z’n plaats valt is de vrij zwakke blackmetalzang. Maar met een tsunami (vrij naar: Geert “ik doe alles voor een biertjezetel” Wilders) aan creatieve riffs, professioneel baswerk en goed gestructureerde composities is dat snel goed gemaakt. De band sloeg sindsdien een beetje door met het avantgardistische gekheid, getuige het krankzinnige tweede album Department of Apocalyptic Affairs uit 2000, maar op deze CD staat misschien wel mijn favoriete nummer van de band, “Exterminators”, een soort circus-achtige jazz metal die de sporen van black metal bijna maar nog niet geheel heeft uitgewist.//

*Kawir*Εμπουσα (Empousa)

Kawir ontwikkelde zich, zoals reeds vermeld in de bespreking van hun debuutalbum, met de albums Arai en Ophiolatreia uit respectievelijk 2005 en 2008 tot één van de meest briljante blackmetalbands die nog actief zijn. Op het debuutalbum To Cavirs was de band nog zoekende en het daaropvolgende Epoptia had potentie, maar bleef haken door vrij bizarre zang en niet altijd even spannende composities. Nu ik de discografie van de band zo eens analyseer, is het nummer “Εμπουσα”, waarvan de eerste, rauwe versie te vinden is op Δαίμων (Daimon), de split met Zemial, waarschijnlijk het startpunt van de muzikale volwassenheid van de band. Dit nummer behoudt de hardheid van Epoptia, maar neigt al meer naar het demonische, atmosferische geluid van het fantastische Arai. Het is hoe dan ook een geweldig nummer en deze versie, die is terug te vinden op de heruitgave van Epoptia, is de beste uitvoering.//

*Wolfsmond*Wo Der Tod Allein Thront

Het schijnt een gouden regel te zijn voor Duitse blackmetalbands dat ze op een bepaald punt in hun carrière een nummer over weerwolven moet maken. Zoals Noorse blackmetalbands een obsessie lijken te hebben met vampirisme, en gangstarappers met het poppen van fools in da hood voor mad propz, zo hebben de Oosterburen hun weerwolven. Wellicht is dit een wat infantiele gewoonte, maar als je altijd goed op de teksten zou letten, zou je bij het gros van de (blackmetal)bands in je broek piesen van het lachen, dus waar hebben we het eigenlijk over? Het uit Thüringen afkomstige Wolfsmond had de naam in dit opzicht al niet echt mee en kwam dus al op het debuutalbum Des Düsterwaldes Reigen (2002) met de weerwolfevergreen “Wo Der Tod Allein Thront”, dat afgezien van de vrij kinderachtige tekst een heerlijk aggressief nummer is zoals alleen kuilengravers dat kunnen maken. Vooral door de fenomenale opbouw wil je mensen die je niet aanstaan in hun gezicht slaan. Het is zondag, dus wat let je?//

*

Welnu, het einde van deze dag nadert weer en dus mogen we ons weer verheugen op een week vol arbeid, vreugd en zang. Met het oog op deze doelstellingen wil ik jullie daarom, naast deze goedbedoelde muziekadviezen, graag nog de volgende gedachte meegeven: wees verschillig, veroorzaak WO3.

Ken uw klassieken: Kawir – Dei Kabeiroi

Artiest Kawir
Uitgave: Dei Kabeiroi (album/compilatie)
Platenmaatschappij: Kyrck Productions
Jaar: 2006 (heruitgave; oorspronkelijke werk verscheen tussen 1994-1997)
Taal: Oudgrieks (materiaal van To Cavirs), Engels (materiaal van Eumenides)
Genre: Vleesgeworden Nostalgie

(Click here for the English version.)

Een rijke culturele traditie ten spijt, zegt iedereen die tegenwoordig Griekenland zegt, tevens crisis. Mede dankzij de knap in elkaar gekunstelde chauvinistische propaganda van de Noord-Europese media, denkt men bij Griekenland tegenwoordig aan luie ambtenaren en declaraties van zwembaden waar ook gedacht zou kunnen worden aan Aristoteles, de Odyssee, of retsina. Of aan een indrukwekkende muziekscene. Want crisis of geen crisis, uit Griekenland komt nog regelmatig metal die het aanhoren meer dan waard is. Groepen als Agatus en Zemial maken al vele jaren zeer verzorgde metal die vooral op het gebied van instrumentatie door weinige soortgelijke bands van waar ook ter wereld overtroffen wordt. De enige kritiek die je wellicht op deze groepen zou kunnen hebben is dat ze zich soms iets te veel laten inspireren door buitenlandse acts. Vooral Zemial schept er al sinds begin jaren ’90 genoegen in schaamteloos Bathory te aanbidden, en hoewel de formatie, geleid door Archon Vorskaath, dit zeker niet onverdienstelijk doet, valt er ook wat voor te zeggen dat de échte topbands toch wel een herkenbare, eigen stijl moeten hebben. In het geval van Agatus en Zemial bleef ik vooral verlangen naar black metal die echt Grieks klonk.

Het toeval wil dat ik vele jaren na via Agatus kennis te hebben gemaakt met de Griekse blackmetalscene, de Atheense band Kawir ontdekte. En aangezien het concept van deze groep volledig gestoeld is op de Griekse Oudheid en mythologie, leek het er toch op dat ik eindelijk een band had gevonden die de niche van black metal met een typisch Grieks geluid, opvulde. Een nieuwe liefde was geboren. Kawir geniet tot op de dag van vandaag echter geen grote bekendheid, waardoor het bij elkaar zoeken van hun werk mij nogal wat moeite heeft gekost. Het recentere werk, zoals het briljante album Ophiolatreia (2008), of de EP met de onbedoeld grappige titel To Uranus (2010), is nog wel bij diverse postorders te krijgen, maar voor oudere CD’s moest ik toch echt eBay op en het ruilcircuit in.

De laatste aanwinst aan mijn Kawir-verzameling is de in 2006 verschenen compilatie Dei Kabeiroi. De CD bevat het debuutalbum To Cavirs, uit 1995/1997 (ligt aan welke editie), alsmede de twee nummers van de EP Eumenides, die oorspronkelijk werd uitgebracht in 1994. Aangezien het demowerk van de band (waaronder ook Eumenides te scharen is) vooral op mij overkwam als vrij ‘gewone’ black metal waar, in tegenstelling tot het latere werk, nog geen echte inspiratie van uitging, was ik des te meer verbaasd om te horen dat de invloeden van de traditionele Griekse muziek op de nummers van het debuutalbum sterker zijn dan op alle daaropvolgende uitgaven van Kawir. De composities komen qua structuur en productie weliswaar overeen met het werk van andere Griekse blackmetalbands uit die tijd, zoals Rotting Christ en het reeds genoemde Agatus, maar dit wordt rijkelijk aangevuld met traditionele elementen, zuivere vrouwelijke zang en teksten over de Griekse mythologie. Deze teksten zijn, zoals op bijna al het daaropvolgende werk van Kawir, allemaal in het Oudgrieks. Dit is meer dan enkel een triviaal detail, aangezien Kawir aan de hand van de voorgenoemde elementen duidelijk een authentieke, Oudgriekse sfeer probeert op te roepen, en (gebroken) Engelse teksten deze illusie van puurheid hoogstwaarschijnlijk zouden doorbreken. Dit bewees Kawir jammergenoeg zelf toen het in 1999 kwam met het teleurstellende Epoptia, dat volledig in het Engels was.

De identificatie met de Griekse Oudheid wordt op Dei Kabeiroi echter al vanaf het eerste nummer bewerkstelligd. Het titelnummer, ook bekend onder de Engelse naam “To Cavirs”, brengt aanvankelijk black metal in de traditie van Dawn of Martyrdom, maar wordt al snel afgewisseld met iet wat rustigere, bijna meditatieve tussenstukken waarin een vrouwenstem in het Oudgrieks enkele verzen reciteert. De rustige opbouw en de afwisselende structuur geven dit nummer de mysterieuze, nostalgische sfeer die je zou verwachten bij een band die actief probeert connotaties met het verleden op te roepen. In deze zin is het openingsnummer misschien ook wel het meest geslaagde stuk muziek op deze plaat, daar het een perfecte balans vindt tussen black metal en elementen uit de volksmuziek. De andere liedjes hebben meer de neiging om naar één van die twee kanten te leunen: zo gaan nummers als “Hecates & Ianos” en “Artemis” voornamelijk uit van de metal, terwijl “Hymn to Zeus” en “Hymn to Selene” volwaardige folknummers zijn die niet hadden misstaan in het werk van Kabeiros, een aan Kawir gerelateerde volksmuziekgroep.

Het grote verschil tussen veel van de nummers op deze CD maakt het dat het To Cavirs-gedeelte bij vlagen nogal fragmentarisch overkomt. Dit is niet heel erg, omdat er geen echt zwakke nummers tussen zitten, maar hierdoor is het album geen complete luisterervaring. Ik merk persoonlijk dat ik veel liever losse nummers draai dan dat ik het album van begin tot eind afspeel. In deze zin is Dei Kabeiroi een beetje te vergelijken met de langspeelplaat Sein und Werden van de Duitse formatie Halgadom, waarbij de eerste helft neofolk was en de tweede helft black metal.

Wat de nummers echter wel met elkaar gemeen hebben is dat ze stuk voor stuk dat nostalgische gevoel opwekken, daar de zeldzame Oudgriekse sfeer steeds weer terugkomt, zij het dus in verschillende vormen. Hiermee is Kawir één van de weinige Griekse bands die ook door en door Grieks klinkt, waar ik overigens niet mee aan wil geven dat culturele authenticiteit enkel gerealiseerd kan worden door tekstueel dan wel muzikaal uit het verre verleden te putten. Dit zou een te romantische invulling van het begrip ‘cultuur’ zijn, die de ongelofelijke complexiteit van het concept zou negeren. Toch is het moeilijk om het romantische idee van de nationale culturele traditie heden ten dage compleet te negeren wanneer men de eigenheid wil behouden tegenover de oprukkende globalisering. Het kan hierbij zelfs voorkomen dat er bijzondere waarden worden toegedicht aan wat in de essentie stereotypen zijn. Maar zoals iemand in het commentaar op mijn recensie van L’Ordure à l’état Pur (Engelse sectie) al terecht zei, wil de ironie dat deze stereotypen vaak het enige zijn wat nog over is gebleven van de pre-cosmopoliete cultuur. Het is daarom niet gek dat Kawir zich vastklampt aan het ideaalbeeld van een lang-vergane cultuur die in het moderne Griekenland ironisch genoeg alleen nog aanwezig is in de vorm van ruïnes. In het verlengde daarvan is het ook niet verwonderlijk dat ik, als uit de klei getrokken Hollander, juist in deze band het voor mij echte Griekenland terugvind: een duidelijk herkenbaar Griekenland, vrij van de doorgaans negatieve connotaties van vandaag de dag.

Wat Dei Kabeiroi zo interessant maakt is dat de band in deze fase van zijn bestaan duidelijk nog experimenteert met niet alleen zijn muziekstijl, maar ook met het hele concept achter diens kunst. Juist dit draagt bij aan de authenticiteit en charme van de plaat: wat de band probeert is minstens zo interessant als wat de band daadwerkelijk doet. Dat het resultaat van dit experiment nog niet de perfectie benadert (zoals later wel het geval zou zijn met de albums Arai en Ophiolatreia), is allerminst verwonderlijk en hebben we reeds bevestigd gezien aan de hand van de fragmentarische opbouw van het album als geheel. Helaas manifesteert deze imperfectie zich ook bij tijd en wijlen in de instrumentatie. Vooral de uit de fluit kunnen af en toe nog weleens wat valse tonen komen, en achter de zang zit niet genoeg kracht, waardoor de wat platte productie des te meer opvalt. Het snaarwerk is daarentegen wel weer erg indrukwekkend. Dit komt allemaal op het conto van bandlid Therthonax, die tevens al vanaf het begin de drijvende kracht is achter Kawir. Zijn gitaarwerk is vrij simpel maar ook goed verzorgd en de baslijnen zijn doorgaans, zeker met het oog op de standaarden van het genre, erg creatief. Het zijn melodieuze basloopjes op nummers als “Dei Kabeiroi”, “Nyx” en “Adored Cry of Olympus” die bewijzen dat een bassist door niet altijd maar de grondnoten van de slaggitarist over te nemen, nog meer kleur kan geven aan een compositie. Gelukkig is de instrumentatie in de twee folknummers, “Hymn to Zeus” en “Hymn to Selene” zuiver, waardoor de meditatieve aard van deze liedjes niet raakt ondergesneeuwd door valse noten of verkeerde timing, iets wat jammer genoeg nogal eens gebeurt met andere metalbands die veel inspiratie putten uit de traditionele muziek.

Laat er ondanks de vele bijzonderheden van dit album echter geen misverstand over zijn dat de groep in deze vroege fase van haar bestaan nog bij lange na niet over de kwaliteiten beschikte die het vanaf Arai (2005) tentoonspreiden zou. De composities steken vaak simpel in elkaar en ondanks de duidelijke folkinvloeden zit het geluid van de band, vooral door de productie, nog erg dicht in de buurt van de Rotting Christ-traditie. Kawir had duidelijk nog een lange weg te gaan, getuige de experimentele aard van dit vroege werk. Maar juist omdat deze band toen al iets bijzonders, iets extra’s had, had men toen al kunnen vermoeden dat Kawir er uiteindelijk wel zou komen. Afgezien van de uitglijder die de band beging met Epoptia, heeft Kawir zichzelf continu verbeterd tot een punt waar het kan worden beschouwd als één van de meest tot de verbeelding sprekende acts van de blackmetalunderground.  En daarom moeten we niet vergeten dat wat op Ophiolatreia bij elkaar kwam als een machtige, bijna perfecte vertoning van ‘heidense’ black metal, begonnen is met het werk dat op Dei Kabeiroi te vinden is. Alleen al hierom is deze de facto heruitgave van het debuutalbum een absolute aanrader.

Bezetting:
Therthonax – gitaar, basgitaar, achtergrondzang
Hephaistion – keyboard, fluit
Archaemoros – zang
Vriareos – drums, percussie
Yiannis Sirogiannis – oed, bendir, percussie (nummers 3 en 6)
Konstantina – recitaties
Nick – basgitaar (nummers 7-9)
Necroabyssious – zang (nummers 10 en 11)
Pyrphoros – gitaar (nummers 10 en 11)

Nummers:
1. Dei Kabeiroi / To Cavirs (7:04)
2. Hecates & Ianos (4:21)
3. Hymn to Zeus (3:34)
4. Hermes (5:56)
5. Daughters of the Night (3:35)
6. Hymn to Selene (2:40)
7. Persefone (4:50)
8. Artemis (4:05)
9. Nyx (2:04)
10. Eumenides (5:43)
11. Adored Cry of Olympus (3:23)

Totale speeltijd: 47:21