Mijn lange en pretentieuze recensie van Peste Noire – L’Ordure à l’état Pur

Artiest: Peste Noire
Uitgave: L’Ordure à l’état Pur (album)
Platenmaatschappij: La Mesnie Herlequin
Jaar: 2011
Taal: Frans

Hoewel Peste Noire zich met ieder album als het ware opnieuw uitvindt, zit er een opvallend constante lijn in het oeuvre van deze controversiële blackmetalband. Sinds de Fransozen in 2007 met hun album Folkfuck Folie afstapten van de vrij orthodoxe (maar daarom niet minder briljante) black metal die ze daarvoor speelden, lijkt de band er keer op keer in te slagen om de fanbase in tweeën te splijten. De uitgesproken en bovenal cynische voorman Famine heeft in een zeldzaam interview zelfs toegegeven dat dit wat Folkfuck Folie betreft ook de bedoeling was. Naar eigen zeggen was deze opvolger van het in 2006 verschenen debuutalbum La Sanie des siècles – Panégyrique de la dégérénescence een geslaagde poging om alle “trendies” weg te jagen. Het derde album, Ballade cuntre lo Anemi francor (2009) zette deze lijn al dan niet bewust voort en wist met een satirisch aandoende mengeling van elementaire black metal en ranzige rock ‘n’ roll vriend en vijand wederom te verrassen.

Het recentelijk verschenen L’Ordure à l’état Pur is in dit opzicht, ironisch genoeg, weinig verrassend, juist omdat het weer een geheel nieuwe weg inslaat, met als resultaat een album dat niet binnen het kader van een bepaald genre te plaatsen is, noch te vergelijken is met de stijl van welke andere band dan ook. Dat het een authentieke Peste Noire-CD is staat echter buiten kijf, want zelfs met enkele ogenschijnlijk vergezochte elementen, variërend van dubstepbeats tot Franse chansons en zigeunermuziek, is L’Ordure à l’état Pur overgoten met typisch Frans cynisme dat op sardonische doch subtiele wijze de draak steekt met alles en iedereen.

Al op het eerste nummer wordt duidelijk dat Peste Noire niet alleen muzikaal gezien, maar ook in tekstueel opzicht de conventies van het blackmetalgenre aan haar (Dr. Martens-)laars lapt. Geen stereotiep, puberaal (Dimmu Borgir-achtig) gezanik over het aanbidden van de duivel of boosaardige boswandelingen na zonsondergang, maar een bijna lichthartige verwijzing naar de (door hersendode Amerikanen gepopulariseerde) haat jegens Frankrijk en haar inwoners: “Salut c’est nous! Les durs de la France / Nourris au vin, au Cochonou / Les seuls toujours pas à genoux / Les gros chauvins bouffeurs d’ail rance…”[1] Deze pesterige (haha!) houding wordt al snel gereflecteerd in de muziek, wanneer in een vrij lang interludium, een accordeon ons meeneemt naar het belachelijk stereotiepe Frankrijk dat mede dankzij de talloze Paturain-reclames voor eeuwig op ons netvlies staat gebrand.

Kommando Paturain

Dit brengt meteen het punt naar voren dat het handig is om zoals ondergetekende tenminste wat middelbareschoolfrans machtig te zijn, aangezien de betekenis en het karakter van de muziek snel voorbij zullen gaan aan iemand die geen idee heeft waar de teksten over gaan. Het is dan ook waarschijnlijk dat in recensies uit Engelstalige publicaties het experimentele karakter van de muziek buiten de context geplaatst zal worden. Het is namelijk makkelijk af te doen als experimenteren om het experimenteren of ‘gewoon lekker gek doen’. Maar hoewel het laatste zeker een rol speelt, zit er ook een duidelijke betekenis achter. En deze betekenis is soms ernstiger dan wat je door het komische karakter van de meeste nummers zou verwachten.

Het lied Cochon Carotte et les sœurs Crotte bijvoorbeeld, maakt zeer veel gebruik van elektronische elementen en tegen het einde gooit Famine er zelfs een dubstepbeat tegenaan. Dit moet echter niet geïnterpreteerd worden als een verwoedde poging om door middel van industriële elementen de sleur van de gebruikelijke formule te doorbreken en de muziek van een nieuwe glans te voorzien (zoals met het desastreuze nieuwe album van Morbid Angel). In het geval van Peste Noire is het gebruik van deze elementen iet wat opportunistischer van aard. In Cochon Carotte et les sœurs Crotte verwijzen deze namelijk naar de hedendaagse straatcultuur van Frankrijk. De teksten reflecteren dit en staan dan ook bol van de (intentionele) spelfouten, SMS-taal en een bizarre anti-vrouwelijke houding die je met deze straatcultuur zou kunnen identificeren. Het nummer is als het ware een parodie op moderne Franse straatcultuur zoals Famine die waarneemt, een visie die terugslaat op een overduidelijk cynisch citaat uit het (legendarische) interview met Famine op Diabolical Conquest: “I am very fond of nihilist rap with lyrics dealing with black supremacy and the white sexual slave trade, now that’s my kind of thing.”[2] De albumtitel L’Ordure à l’état Pur (‘Vuilnis in haar pure staat’) kon niet treffender.

In het zojuist genoemde interview kwam ook de haat van Famine jegens de zuidelijke, Mediterrane cultuur ter sprake en zijn voorkeur voor de koude noordelijke culturele hemisfeer. Deze gedachte is het uitgangspunt van het 20 minuten durende epos J’avais rêvé du Nord. Ook dit nummer begint met een elektronische beat en zelfs samples van ladende pistolen en heeft aanvankelijk dus een industrieel vleugje, maar al snel openbaart zich via een opzettelijk ‘cheesy‘ chanson-achtige overgang de traditionelere blackmetalstijl die we van Peste Noire gewend zijn. Ook hier is de relatie tekst-muziek overduidelijk, aangezien het aanvankelijke beschrijven van de gehaatte Mediterrane cultuur gepaard gaat met beats en geweerschoten en de ‘pure’ noordelijke cultuur wordt begeleid door black metal, zoals bekend een muziekstijl die vooral in het noorden van Europa tot bloei is gekomen. Het is alsof de muziek zich met het inzetten van de black metal ontdoet van dezelfde gehaatte elementen die in de tekst aan bod komen. Deze synchronie tussen muziek en tekst is wat dit album zo bijzonder maakt en tegelijkertijd een element dat makkelijk over het hoofd gezien kan worden als je de teksten, of in ieder geval het concept van de band niet begrijpt, waardoor een nummer als het voorgenoemde Cochon Carotte et les sœurs Crotte inderdaad aan zou kunnen doen als experimenteren om het experimenteren.

“Sardonic Wrath”

Hoewel de meerderheid van de in totaal 5 nummers op dit 60 minuten durende album wordt gekarakteriseerd door een stevige dosis vrolijk cynisme zoals alleen Fransozen het kunnen brengen, wordt het naarmate je langer luistert duidelijk dat L’Ordure à l’état Pur het iet wat lichthartige nationalisme van Ballade cuntre lo Anemi francor heeft doorgetrokken naar een punt waar je mag spreken van een behoorlijk serieuze ondertoon. Niet voor niets wordt de illustratie naast de tekst van J’avais rêvé du Nord van twee met goud omhangen gorrilla’s die op een zinkend schip staan, voorzien van het bijschrift “het Frankrijk van de 21ste eeuw”. Het was al langer bekend dat Peste Noire het als band nooit zo had op het moderne tijdperk, maar waar dit zich voorheen voornamelijk uitte in (al dan niet zieke) odes aan de Middeleeuwen, kiest het nieuwe album, ondanks zijn subtiliteit, duidelijker de frontale aanval en beschrijft het tussen de regels door wat er volgens Famine allemaal mis is met de moderne wereld, zonder daarmee te vervallen in de clichématige politieke correctheid van hedendaagse punk- en rockbands, die zich in hun nummers zogenaamd tegen de gevestigde orde keren, maar wel als eerste in de rij staan om op MTV te hoereren of zichzelf of hun muziek lenen voor reclamespotjes “omdat het zo lekker verdient”. Peste Noire kiest voor de échte provocatie door op tekstueel gebied, al dan niet met een knipoog, nationalistische en antirepublikeinse (“je suis un fist dans le cul de Marianne“) verwijzingen te incorporeren en op muzikaal gebied te breken met bijna alle conventies die het oerconservatieve blackmetalgenre rijk is. De kans is dus groot dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de hedendaagse braafheid van de zogenaamde antiauthoritaire punk die zich als een soort laffe unisexjas beperkt tot een basale houding (“de regering liegt!”) waar iedere loser zich wel in kan vinden, Peste Noire met dit nieuwe album mensen daadwerkelijk tegen de schenen zal weten te schoppen of in ieder geval in verlegenheid zal weten te brengen, getuige ook de lachwekkende politieke correctheid waarmee veel (wederom Amerikaanse) recensisten zich proberen te distantiëren van de ongenuanceerde houding van Famine (qua zowel muziek als wereldbeeld), implicerend dat die losstaan van zijn muziek.

De – bij gebrek aan een betere en minder lompe benaming – maatschappijkritische houding komt het duidelijkst naar voren in de afsluiter van het album, La condi hu (wat staat voor La condition humaine). In dit nummer worden aanvankelijk allerlei gruwelijke ziekten als aids, tyfus en malaria opgesomd, maar gaandeweg worden ook fenomenen als MTV, Big Brother, de Republiek en zelfs de mensheid als geheel aan deze lijst van onaardigheden toegevoegd. Tegen het einde van het nummer leest zangeres Audrey Sylvain een beschrijving op van, naar ik begrijp, wat aids met het menselijk lichaam doet, waarmee uiteraard de parallel wordt getrokken met de huidige staat van de wereld in de ogen van Famine. De muziek is dan ook wat serieuzer van aard en heeft een vrij duistere, wanhopige toon, wat door het contrast met de bij vlagen carnavaleske vrijgeestigheid van de andere nummers des te harder aankomt.

Op La condi hu wordt tevens nog maar eens bevestigd dat de muzikanten van Peste Noire zeer capabel zijn, wat nog zwak is uitgedrukt. Vooral in dit nummer wordt de (fretloze) basgitaar door de teruggekeerde Indria (hij ontbrak op Ballade) bespeeld met een creativiteit die zeer zeldzaam is in de extremere varianten van metal. Zijn authentieke stijl, die vooral gekenmerkt wordt door de grote variatie aan loopjes en het gretige gebruik van hoge noten, openbaarde zich op vorige albums al vrij regelmatig (denk aan de openingsriff van La Fin del Secle), maar op La condi hu en ook de rest van het album komt dit past echt goed uit de verf. Dit komt niet in de laatste plaats door de kristalheldere productie, die een wereld van verschil is met de garagesound van Ballade.

Maar de ster van de show is uiteraard weer voorman Famine, die als drijvende kracht achter de band zoals gebruikelijk verantwoordelijk is voor alle composities en teksten. Daarnaast bewijst hij zich op L’Ordure à l’état Pur als nooit tevoren als één van de beste vokalisten in het genre, daar hij weet veel karakter en passie in zijn stem te brengen, iets waar veel andere blackmetalzangers nog altijd keihard in falen (luister maar eens naar Celestia…). Het voorgenoemde carnavaleske element en het compleet gestoorde karakter van het album in z’n geheel komen hierdoor des te beter over. Zoals we mogen verwachten van Famine, is ook zijn karakteristieke gitaarwerk weer van grote klasse, zowel qua compositie als qua uitvoering. Mocht ik het gewild hebben. kon ik hier ook nog enkele alinea’s aan wijden, maar het volstaat te zeggen dat als je een blackmetalriff kan spelen over een dubstepbeat, je sowieso al gewonnen hebt.

Zoals gebruikelijk met Peste Noire-albums kent ook L’Ordure à l’état Pur weer een flink aantal sessiebijdragen. Audrey Sylvain heeft wederom een aandeel door enkele nummers met haar zangkwaliteiten te verrijken en de nieuwe drummer, die vermeld staat onder de creatieve adellijke titel Vicomte Chtedire de Kroumpadis (als je dit 3 keer foutloos in de spiegel zegt, staat ie achter je), gaat voor een relatief simpele maar effectieve aanpak die niet al te veel verschilt van wat we gewend waren van Winterhalter op de eerste twee albums. Verder zijn er nog allerhande bijdragen op het gebied van achtergrondzang en sessie-instrumenten als de accordeon en de trombone, en bespeelt Famine zelf de dulcimer, een traditioneel snaarinstrument uit de Appalachen. Al met al doet de uitvoering van de muziek op dit album zeer professioneel aan. We wisten natuurlijk al langer dat er in Peste Noire enkele zeer capabele musici actief waren en zijn, maar de opzettelijke simpelheid en slordigheid van met name de vorige twee albums wisten dit af en toe te verhullen voor de minder oplettende luisteraar.

Romper Stomper ist Krieg

De grootste kwaliteit van L’Ordure à l’état Pur is nog wel dat het als album, ondanks de ogenschijnlijk fragmentarische indeling van sommige composities, een compleet en consistent geheel is. De muziek en de tekst spelen prima op elkaar in, de composities zijn even ijzersterk als de uitvoering en het concept van de band staat als een huis. Zelfs de CD-doos zelf geeft het karakter van het album goed weer. Zo staat het boekje vol met idiote bandfoto’s en briljante illustraties, variërend van pestdokters met neuzen als penissen, tot een combinatie van het logo van de extreemrechtse partij Front National met een verbasterde versie van de iconische koe van kaasmerk La Vache qui rit, waarbij de afkorting ‘FN’ is vervangen door ‘PN’. Verwijzend naar de stereotiepe elementen op het album, doet de achterkant van de doos aan als de verpakking van een willekeurige Franse stinkkaas, waardoor de leenterm ‘cheesy‘ een geheel nieuwe lading krijgt.

L’Ordure à l’état Pur levert het ultieme bewijs dat een album meer is (of zou moeten zijn) dan een verzameling arbitraire MP3’s op een computer. Juist daarom is een deel van de recensies die elders op het internet te vinden zijn, bij voorbaat al niet serieus te nemen. Als je het album downloadt, twee keer beluistert en vervolgens beoordeelt, zul je namelijk de muziek, of liever gezegd het album, nooit in z’n geheel kunnen vatten. Aan de andere kant betekent dit dat, des te meer je je verdiept in dit album en de achtergrond van de band, des te meer je waardering op zult kunnen brengen voor het afgeleverde werk. Puristen (in muzikale zin) zullen Peste Noire wellicht bekritiseren voor de onorthodoxe aanpak, maar laten we niet vergeten dat de originele bedoeling van black metal het breken met (zowel muzikale als sociale) conventies was en het succesvol choqueren van de vastgeroeste medemens. En in dit opzicht is Peste Noire het meest ‘true‘ van alle moderne bands in het genre.

(Onzinnige) Bezetting:
La sale Famine de Valfunde (DJ Famine) – zang, gitaar, dulcimer, beats, effecten.
Indria – basgitaar, fretloze bas
Audrey – heldere zang
Engwar – cello, timbales, zang op La condi hu
Miss Peste Nègre – accordeon
Rachid de France – trombone
Lulu l’ermite – gastvokalen op J’avais rêvé du Nord en Sale Famine von Valfoutre
Seigneur Arawn – gastvokalen op J’avais rêvé du Nord
L’Atrabilaire Maldo – Occitaanse gebeden

Nummers:
1. Casse, Pêches, Fractures et Traditions (10:48)
2. Cochon Carotte et les sœurs Crotte (8:28)
3. J’avais rêvé du Nord (20:26)
4. Sale Famine von Valfoutre (11:32)
5. La condi hu (9.09)

Totale speelduur: 60:25

Voetnoten:
[1] Mijn eigen poging tot een vertaling: “Hoi, wij zijn het! De bikkels van Frankrijk / Gevoed met wijn en varkensworst / De enigen die nog niet op hun knieën zijn gegaan / De grote, chauvinistische ranzige knoflookvreters.”
[2] http://diabolicalconquest.com/interviews/peste_noire_english.htm

5 thoughts on “Mijn lange en pretentieuze recensie van Peste Noire – L’Ordure à l’état Pur

  1. Pingback: Over Triste Sir – Royaume Perdu en cassettebandjes | Bevroren Ivoren Toren

  2. Pingback: Gros cul black en string | Bevroren Ivoren Toren

  3. Pingback: Molti nemici, molto onore – De anti-esthetiek van Akitsa | Bevroren Ivoren Toren

  4. Pingback: Peste Noire MMXIII | Bevroren Ivoren Toren

  5. Pingback: Het eeuwige offer | Bevroren Ivoren Toren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s