Ken uw klassieken: Kawir – Dei Kabeiroi

Artiest Kawir
Uitgave: Dei Kabeiroi (album/compilatie)
Platenmaatschappij: Kyrck Productions
Jaar: 2006 (heruitgave; oorspronkelijke werk verscheen tussen 1994-1997)
Taal: Oudgrieks (materiaal van To Cavirs), Engels (materiaal van Eumenides)
Genre: Vleesgeworden Nostalgie

(Click here for the English version.)

Een rijke culturele traditie ten spijt, zegt iedereen die tegenwoordig Griekenland zegt, tevens crisis. Mede dankzij de knap in elkaar gekunstelde chauvinistische propaganda van de Noord-Europese media, denkt men bij Griekenland tegenwoordig aan luie ambtenaren en declaraties van zwembaden waar ook gedacht zou kunnen worden aan Aristoteles, de Odyssee, of retsina. Of aan een indrukwekkende muziekscene. Want crisis of geen crisis, uit Griekenland komt nog regelmatig metal die het aanhoren meer dan waard is. Groepen als Agatus en Zemial maken al vele jaren zeer verzorgde metal die vooral op het gebied van instrumentatie door weinige soortgelijke bands van waar ook ter wereld overtroffen wordt. De enige kritiek die je wellicht op deze groepen zou kunnen hebben is dat ze zich soms iets te veel laten inspireren door buitenlandse acts. Vooral Zemial schept er al sinds begin jaren ’90 genoegen in schaamteloos Bathory te aanbidden, en hoewel de formatie, geleid door Archon Vorskaath, dit zeker niet onverdienstelijk doet, valt er ook wat voor te zeggen dat de échte topbands toch wel een herkenbare, eigen stijl moeten hebben. In het geval van Agatus en Zemial bleef ik vooral verlangen naar black metal die echt Grieks klonk.

Het toeval wil dat ik vele jaren na via Agatus kennis te hebben gemaakt met de Griekse blackmetalscene, de Atheense band Kawir ontdekte. En aangezien het concept van deze groep volledig gestoeld is op de Griekse Oudheid en mythologie, leek het er toch op dat ik eindelijk een band had gevonden die de niche van black metal met een typisch Grieks geluid, opvulde. Een nieuwe liefde was geboren. Kawir geniet tot op de dag van vandaag echter geen grote bekendheid, waardoor het bij elkaar zoeken van hun werk mij nogal wat moeite heeft gekost. Het recentere werk, zoals het briljante album Ophiolatreia (2008), of de EP met de onbedoeld grappige titel To Uranus (2010), is nog wel bij diverse postorders te krijgen, maar voor oudere CD’s moest ik toch echt eBay op en het ruilcircuit in.

De laatste aanwinst aan mijn Kawir-verzameling is de in 2006 verschenen compilatie Dei Kabeiroi. De CD bevat het debuutalbum To Cavirs, uit 1995/1997 (ligt aan welke editie), alsmede de twee nummers van de EP Eumenides, die oorspronkelijk werd uitgebracht in 1994. Aangezien het demowerk van de band (waaronder ook Eumenides te scharen is) vooral op mij overkwam als vrij ‘gewone’ black metal waar, in tegenstelling tot het latere werk, nog geen echte inspiratie van uitging, was ik des te meer verbaasd om te horen dat de invloeden van de traditionele Griekse muziek op de nummers van het debuutalbum sterker zijn dan op alle daaropvolgende uitgaven van Kawir. De composities komen qua structuur en productie weliswaar overeen met het werk van andere Griekse blackmetalbands uit die tijd, zoals Rotting Christ en het reeds genoemde Agatus, maar dit wordt rijkelijk aangevuld met traditionele elementen, zuivere vrouwelijke zang en teksten over de Griekse mythologie. Deze teksten zijn, zoals op bijna al het daaropvolgende werk van Kawir, allemaal in het Oudgrieks. Dit is meer dan enkel een triviaal detail, aangezien Kawir aan de hand van de voorgenoemde elementen duidelijk een authentieke, Oudgriekse sfeer probeert op te roepen, en (gebroken) Engelse teksten deze illusie van puurheid hoogstwaarschijnlijk zouden doorbreken. Dit bewees Kawir jammergenoeg zelf toen het in 1999 kwam met het teleurstellende Epoptia, dat volledig in het Engels was.

De identificatie met de Griekse Oudheid wordt op Dei Kabeiroi echter al vanaf het eerste nummer bewerkstelligd. Het titelnummer, ook bekend onder de Engelse naam “To Cavirs”, brengt aanvankelijk black metal in de traditie van Dawn of Martyrdom, maar wordt al snel afgewisseld met iet wat rustigere, bijna meditatieve tussenstukken waarin een vrouwenstem in het Oudgrieks enkele verzen reciteert. De rustige opbouw en de afwisselende structuur geven dit nummer de mysterieuze, nostalgische sfeer die je zou verwachten bij een band die actief probeert connotaties met het verleden op te roepen. In deze zin is het openingsnummer misschien ook wel het meest geslaagde stuk muziek op deze plaat, daar het een perfecte balans vindt tussen black metal en elementen uit de volksmuziek. De andere liedjes hebben meer de neiging om naar één van die twee kanten te leunen: zo gaan nummers als “Hecates & Ianos” en “Artemis” voornamelijk uit van de metal, terwijl “Hymn to Zeus” en “Hymn to Selene” volwaardige folknummers zijn die niet hadden misstaan in het werk van Kabeiros, een aan Kawir gerelateerde volksmuziekgroep.

Het grote verschil tussen veel van de nummers op deze CD maakt het dat het To Cavirs-gedeelte bij vlagen nogal fragmentarisch overkomt. Dit is niet heel erg, omdat er geen echt zwakke nummers tussen zitten, maar hierdoor is het album geen complete luisterervaring. Ik merk persoonlijk dat ik veel liever losse nummers draai dan dat ik het album van begin tot eind afspeel. In deze zin is Dei Kabeiroi een beetje te vergelijken met de langspeelplaat Sein und Werden van de Duitse formatie Halgadom, waarbij de eerste helft neofolk was en de tweede helft black metal.

Wat de nummers echter wel met elkaar gemeen hebben is dat ze stuk voor stuk dat nostalgische gevoel opwekken, daar de zeldzame Oudgriekse sfeer steeds weer terugkomt, zij het dus in verschillende vormen. Hiermee is Kawir één van de weinige Griekse bands die ook door en door Grieks klinkt, waar ik overigens niet mee aan wil geven dat culturele authenticiteit enkel gerealiseerd kan worden door tekstueel dan wel muzikaal uit het verre verleden te putten. Dit zou een te romantische invulling van het begrip ‘cultuur’ zijn, die de ongelofelijke complexiteit van het concept zou negeren. Toch is het moeilijk om het romantische idee van de nationale culturele traditie heden ten dage compleet te negeren wanneer men de eigenheid wil behouden tegenover de oprukkende globalisering. Het kan hierbij zelfs voorkomen dat er bijzondere waarden worden toegedicht aan wat in de essentie stereotypen zijn. Maar zoals iemand in het commentaar op mijn recensie van L’Ordure à l’état Pur (Engelse sectie) al terecht zei, wil de ironie dat deze stereotypen vaak het enige zijn wat nog over is gebleven van de pre-cosmopoliete cultuur. Het is daarom niet gek dat Kawir zich vastklampt aan het ideaalbeeld van een lang-vergane cultuur die in het moderne Griekenland ironisch genoeg alleen nog aanwezig is in de vorm van ruïnes. In het verlengde daarvan is het ook niet verwonderlijk dat ik, als uit de klei getrokken Hollander, juist in deze band het voor mij echte Griekenland terugvind: een duidelijk herkenbaar Griekenland, vrij van de doorgaans negatieve connotaties van vandaag de dag.

Wat Dei Kabeiroi zo interessant maakt is dat de band in deze fase van zijn bestaan duidelijk nog experimenteert met niet alleen zijn muziekstijl, maar ook met het hele concept achter diens kunst. Juist dit draagt bij aan de authenticiteit en charme van de plaat: wat de band probeert is minstens zo interessant als wat de band daadwerkelijk doet. Dat het resultaat van dit experiment nog niet de perfectie benadert (zoals later wel het geval zou zijn met de albums Arai en Ophiolatreia), is allerminst verwonderlijk en hebben we reeds bevestigd gezien aan de hand van de fragmentarische opbouw van het album als geheel. Helaas manifesteert deze imperfectie zich ook bij tijd en wijlen in de instrumentatie. Vooral de uit de fluit kunnen af en toe nog weleens wat valse tonen komen, en achter de zang zit niet genoeg kracht, waardoor de wat platte productie des te meer opvalt. Het snaarwerk is daarentegen wel weer erg indrukwekkend. Dit komt allemaal op het conto van bandlid Therthonax, die tevens al vanaf het begin de drijvende kracht is achter Kawir. Zijn gitaarwerk is vrij simpel maar ook goed verzorgd en de baslijnen zijn doorgaans, zeker met het oog op de standaarden van het genre, erg creatief. Het zijn melodieuze basloopjes op nummers als “Dei Kabeiroi”, “Nyx” en “Adored Cry of Olympus” die bewijzen dat een bassist door niet altijd maar de grondnoten van de slaggitarist over te nemen, nog meer kleur kan geven aan een compositie. Gelukkig is de instrumentatie in de twee folknummers, “Hymn to Zeus” en “Hymn to Selene” zuiver, waardoor de meditatieve aard van deze liedjes niet raakt ondergesneeuwd door valse noten of verkeerde timing, iets wat jammer genoeg nogal eens gebeurt met andere metalbands die veel inspiratie putten uit de traditionele muziek.

Laat er ondanks de vele bijzonderheden van dit album echter geen misverstand over zijn dat de groep in deze vroege fase van haar bestaan nog bij lange na niet over de kwaliteiten beschikte die het vanaf Arai (2005) tentoonspreiden zou. De composities steken vaak simpel in elkaar en ondanks de duidelijke folkinvloeden zit het geluid van de band, vooral door de productie, nog erg dicht in de buurt van de Rotting Christ-traditie. Kawir had duidelijk nog een lange weg te gaan, getuige de experimentele aard van dit vroege werk. Maar juist omdat deze band toen al iets bijzonders, iets extra’s had, had men toen al kunnen vermoeden dat Kawir er uiteindelijk wel zou komen. Afgezien van de uitglijder die de band beging met Epoptia, heeft Kawir zichzelf continu verbeterd tot een punt waar het kan worden beschouwd als één van de meest tot de verbeelding sprekende acts van de blackmetalunderground.  En daarom moeten we niet vergeten dat wat op Ophiolatreia bij elkaar kwam als een machtige, bijna perfecte vertoning van ‘heidense’ black metal, begonnen is met het werk dat op Dei Kabeiroi te vinden is. Alleen al hierom is deze de facto heruitgave van het debuutalbum een absolute aanrader.

Bezetting:
Therthonax – gitaar, basgitaar, achtergrondzang
Hephaistion – keyboard, fluit
Archaemoros – zang
Vriareos – drums, percussie
Yiannis Sirogiannis – oed, bendir, percussie (nummers 3 en 6)
Konstantina – recitaties
Nick – basgitaar (nummers 7-9)
Necroabyssious – zang (nummers 10 en 11)
Pyrphoros – gitaar (nummers 10 en 11)

Nummers:
1. Dei Kabeiroi / To Cavirs (7:04)
2. Hecates & Ianos (4:21)
3. Hymn to Zeus (3:34)
4. Hermes (5:56)
5. Daughters of the Night (3:35)
6. Hymn to Selene (2:40)
7. Persefone (4:50)
8. Artemis (4:05)
9. Nyx (2:04)
10. Eumenides (5:43)
11. Adored Cry of Olympus (3:23)

Totale speeltijd: 47:21

5 thoughts on “Ken uw klassieken: Kawir – Dei Kabeiroi

  1. Pingback: Dei Kabeiroi: Kawir’s First Ode To The Gods | Black Ivory Tower

  2. Pingback: Die met je zondagsrust | Bevroren Ivoren Toren

  3. Pingback: Schaamteloze reclame | Bevroren Ivoren Toren

  4. Pingback: Dei Kabeiroi: Kawir’s First Ode To The Gods | Black Ivory Tower Redux

  5. Pingback: De koude omhelzing van Vinland | Bevroren Ivoren Toren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s