Molti nemici, molto onore – De anti-esthetiek van Akitsa

au crépuscule

Artiest: québecsmall Akitsa
Uitgave: Au crépuscule de l’espérance (album)
Platenmaatschappij: Hospital Productions
Taal: Frans
Genre: Hooligan Black Metal

(For the English version, click here.)

De reden dat ik mijzelf nimmer heb betiteld als metalhead is dat zowel de muziekstijl als de ‘scene’ eromheen zijn vergeven van zoveel clichés, kitsch en wansmaak dat vereenzelviging met deze veelal ongecultiveerde horden voor ieder weldenkend mens uitgesloten is. Hoewel aanhangers van deze zogenaamde subcultuur zich graag omgeven met de pretentie van een alternatieve levensstijl, prevaleren kuddegedrag en onwetendheid onder hen net zozeer als op bijeenkomsten van de eerste de beste boybandfanclub, zoals ik al eens middels een biologische analyse aantoonde in dit artikel. Ook het subgenre black metal, hier dikwijls aan bod gekomen, heeft te kampen met een legio aan volgers en wannabe’s, wier enige originaliteit bestaat uit het motief van hun kinderlijke corpsepaint. In zeer uitzonderlijke gevallen willen er echter nog weleens bands opstaan die bewijzen dat black metal de muzikale en esthetische revolte kán zijn waar het zo vaak als bestempeld wordt.

fles

Akitsa is zo’n uitzonderlijk geval. De tweemansformatie uit Québec doet met haar nieuwste album, Au crépuscule de l’espérance, geen enkele concessie aan de zorgwekkende tendensen in het blackmetalgenre, die onder andere veilige, familievriendelijke nietszeggendheid en halfbakken, quasi-academisch hipstergeleuter behelzen. Akitsa maakt rauwe, vunzige black metal met RAC/oi-invloeden die ook voor menig zelf-uitgeroepen blackmetalpurist moeilijk te slikken is. Hoewel de opnamekwaliteit van het oeuvre van Akitsa gelijk is aan die van Transilvanian Hunger, is de band geenszins de zoveelste Darkthrone-kloon. In tegendeel, de Québecse band houdt er een stijl op na die gerust als uniek mag worden bestempeld. De ultra-primitieve black metal wordt namelijk dikwijls getooid door ‘schone’ vocalen en oi-achtige riffs die, in combinatie met de grimmige productie, nogal eens de illusie wekken dat we naar RAC aan het luisteren zijn.

Met Au crépuscule de l’espérance uit 2010 behoudt Akitsa de stijl die het in de voorgaande 11 jaar heeft ontwikkeld, en verrijkt deze verder met een licht industrieel geluid. Al op “Les sentinelles”, het eerste nummer na de intro, benadrukt een morbide klinkende orgel de begrafenis-achtige somberheid die centraal staat in vele nummers van de band. In combinatie met Burzum-achtige vocalen, voelt het geheel aan als een iets tradtioneler blackmetalnummer dan gebruikelijk is voor de band. Dit wellicht wat conventionele doodsthema komt nog een aantal keren terug op het album, met name in de nummers “Cercueil national” en “Vers la mort”, wat aan hun titels (respectievelijk “Nationale doodskist” en “Richting de dood”) ook al af te lezen is. Toch blijft de band ver van een mainstreamgeluid en zullen alleen liefhebbers van door de modder getrokken black metal deze muziek aankunnen. Gelukkig komt ook de oi-kant van Akitsa genoeg aan bod, bijvoorbeeld in het nummer “Loyauté”, een langzaam, dreunend oi-nummer dat geheel met ‘schone’ stem gezongen wordt en afgezien van de taal niet had misstaan op een CD van een lo-fi-RAC-band als Klan. Ook “Le dernier putsch” steunt op een keiharde punkriff die de militante aard van de teksten reflecteert.

me ne frego

Want als je het primitieve, ontoegankelijke geluid van Akitsa volledig wilt vatten, kunnen de teksten zeker niet buiten beschouwing gelaten worden. Nu hebben de Franstalige, patriottische teksten van Akitsa mij persoonlijk altijd al kunnen bekoren, maar met Au crépuscule de l’espérance bereikt de band juist op het gebied van tekst nieuwe hoogten, waardoor het steeds moeilijker wordt de band te negeren als één van de meest poëtisch begaafde bands in de black metal. Als een recensent met analytische inslag, zijn goede teksten voor mij een essentiële factor (zie hier en hier) en ik ben me dan ook maar al te goed bewust van de valkuilen van de conceptuele en tekstuele structuren van black metal. De thematiek van de teksten is niet eens waar het om gaat: het is dan wel moeilijk te ontkennen dat satanisme en dergelijke een gigantische aanwezigheid hebben in het genre, maar het is eerder de manier waarop die thematiek tot uiting komt die het intellect en de creativiteit van een artiest blootlegt. Er is immers nagenoeg geen overeenkomst te vinden tussen de manier waarop satanisme een rol speelt in het oeuvre van Peste Noire [1] en de pretentieuze imagovorming die uitgaat van individuën als Gaahl [2].

akitsa live

Eenzelfde tweedeling kan geïdentificeerd worden in nog een ander prominent (doch niet omnipresent) thema in de black metal, te weten het nationalisme. Nu is dit een breed begrip en zal ik ter vergemakkelijking van het argument alle ideeën, politiek of poëtisch, die zich baseren op het propageren van een natie (of dit nou een land of gemeenschap binnen een land is), onder deze noemer scharen. Op deze manier komt namelijk niet alleen een variëteit aan gerelateerde ideeën naar boven die binnen de black metal een rol spelen, maar ook een groot kwaliteitsspectrum. Zo zijn er talloze talentloze NSBM-bands die hun nationalisme op een klunzige en onwetende wijze uiten en alleen al daardoor (afgezien nog van hun Hitler-aanbidderij) een publiek bereiken dat exclusief bestaat uit lallende biernazi’s, waarbij reflectie m.b.t. de teksten onwaarschijnlijk is, daar zij tevreden zijn zolang die maar gewelddadig en extreem zijn; ironisch genoeg een mentaliteit die men ook nogal eens vindt onder liefhebbers van gangsta rap.

Het feit op zich dat Akitsa teksten produceert waarvanuit een sterk nationalisme spreekt, duidt dus nog niet per sé op een hoge graad van originaliteit. Het is juist de manier waarop dit onderwerp tot uiting komt die bewijst dat Akitsa op tekstueel gebied niet de eerste de beste is. In hun teksten komen weliswaar gebruikelijke elementen naar voren, als de verheerlijking van het verleden en de esthetisering van oorlog, maar daarnaast verraden vooral de teksten geschreven door bandlid Néant een doordachte, getrainde geest, die in zowel treffende inhoud als technische schrijfkwaliteiten tot uiting komt. In het nummer “Les sentinelles”, horen we: “Dans tous les recoins, partour ces mêmes bêtises imposées / Le bétail se fait idéologue et se croyant sentinelle / S’évertue à faire régner un myupie généralisée / Au royaume de l’étroitesse, de la sottise éternelle” [3]. Deze misantropische observatie lijkt de toon te zetten voor een fatalistische, destructieve boodschap zoals we die wel vaker kunnen observeren in de black metal. Maar gelijk daarna wordt er gezongen: “Je chanterai la fierté, l’honneur, le sol et le sang / Sans honte, sans remords aucun, je ne serai repentant / De m’être exilé du territoire des bien-pensants” [4]. Dus in plaats van zich te concentreren op louter de onwetende “wachten” (sentinelles) uit de titel, geeft de tekstschrijver aan dat er los van dit “vee” (bétail) nog steeds waarden bestaan als fierheid en eer, waarmee hij de op zichzelf kritische tekst alsnog voorziet van een vage, maar daarom niet minder reële aura van hoop.

québec

Nog duidelijker komt dit naarvoren in het nummer “Loyauté”, eveneens geschreven door Néant. In tegenstelling tot het meer politiek getinte “Les sentinelles”, is de tekst van “Loyauté” een algemene oproep tot het vechten voor je land en dien ten gevolge bijna opzwepend van aard: “Prends garde! La peur amène le déshonneur” [5]; “Alors entonne l’hymne de la victoire / Retrouve les tiens, à leur santé va boire / Car ton courage et ta loyauté les honorent / Peu importe les mirages de la gloire et les reflets d’or” [6]. In combinatie met het feit dat het nummer, zoals reeds vermeld, in een langzame, bijna verheffende RAC-stijl wordt gespeeld, bewijst dit dat Akitsa op zowel tekstueel als muzikaal gebied veelzijder is dan het minimalistische aspect van hun muziek aanvankelijk impliceert.

Ondanks het positivistische [7] dat van sommige teksten uitgaat, leeft ook zeker het misantropische aspect van de muziek van Akitsa voort op hun laatste album. Waar de teksten van Néant toch vooral de nadruk leggen op het creëren van een nieuwe wereld, concentreert het andere bandlid, bekend als O.T., zich vaker op de verwoesting van het oude. Dit wordt duidelijk in bijvoorbeeld “Cercueil national”: “Direction: Le cercueil national / Pour ton peuple, c’est la peine capitale / Tes rêves de liberté / Sont à jamais enterrés” [8]. En in tegenstelling tot bijvoorbeeld “Les sentinelles”, wordt de aandacht in dit nummer niet verlegd naar een ‘tegenaanbod’ dat een alternatief moet bieden voor de door Akitsa zo misprezen vrijheidslievende mens. Deze dichotomie van verheffing en verguizing is precies wat Akitsa onderscheidt van zowel de oi- als de blackmetalbands die hun geluid duidelijk inspireren.

Nog interessanter wordt het wanneer Famine van Peste Noire nog een duit in het zakje doet in de vorm van de tekst voor “Le dernier putsch”. De tekst lijkt specifiek voor Akitsa te zijn geschreven, daar de gewelddadige en anti-gouvernementele houding van Famine explicieter tot uitdrukking komt dan in zijn doorgaans subtielere, poëtischere teksten voor Peste Noire (uitzonderingen daargelaten). Toch komt de mentaliteit die we kennen van Peste Noire ook in deze tekst terug: een anti-Republikeinse, Middeleeuwse houding in een moderne wereld, en extreme gewelddadigheid met een vleugje ironie. Het is vooral de paradoxale combinatie van hooliganisme en elitisme die de geest van ‘Hooligan Black Metal’ perfect omvat: “J’ai le sang hooligan / Et l’esprit élitiste / Avec un canif ou une canne / Je te rayerai de la liste” [9]. Deze schijnbare tegenstelling van een helft hooligan en een helft aristocraat doet denken aan het ideaal van de Falange Española, dat een man idealiter ‘half soldaat, half monnik’ zou moeten zijn [10]: voor de helft een gewelddadige, nietzontziende krijger, en voor de andere helft de gereserveerde vertegenwoordiger van een hogere klasse; één helft domme kracht, de ander een uitverkoren leider.

fal

Een dergelijke tweedeling is ook te betrekken op Akitsa als geheel. De muziek is hoopgevend en nihilistisch tegelijkertijd, terwijl op tekstueel gebied zowel intelligente observaties als botte destructiezucht een hoofdrol spelen. Dit verandert niets aan het feit dat men de volwassenheid van de teksten wellicht niet meteen zou verwachten bij een band met een dergelijk primitief geluid, maar bij een dichtere benadering is deze coëxistentie niet meer dan logisch. Want als er iets is wat de teksten van Akitsa bindt, is het juist het elitaire: de verhevenheid boven het “vee” dat genoemd wordt in “Les sentinelles”; boven de landverraders die bestreden worden in “Loyauté”; boven de plutocraten die over de kling gejaagd worden in “Le dernier putsch” en boven de onwetende bastaarden die eraan moeten geloven in “Antithèse”. Bij deze elitaire houding past dan ook een geluid dat mensen uit voorgenoemde categorieën niet zouden kunnen verdragen. Een vies, ongepolijst geluid dat direct ingaat tegen het utopische beeld dat muziek mooi, helder en makkelijk te luisteren moet zijn. Toen de voorgenoemde Falange na de verkiezingen van 1936 een vloedgolf aan nieuwe leden – die slecht van de partij-ideologie op de hoogte waren – te verwerken kreeg, ging juist het radicale van hun ideologie ten onder [11]. Blackmetalbands als Akitsa proberen middels hun ranzige muziek dan ook juist trendhoppers af te schrikken van het genre, om zo te voorkomen dat diens radicale geluid en attitude geneutraliseerd worden door onwetendheid.

Met Au crépuscule de l’espérance zet Akitsa een werk neer dat de  band qua tekst en compositie naar een hoger niveau tilt, maar dat tegelijkertijd niets afdoet aan de radicale houding van Akitsa en black metal in het algemeen. Wellicht dat niet alle tien nummers even interessant zijn als de uitvoerig besproken hoogtepunten die het album kent, maar desalniettemin leveren de hooligans uit Québec een werk dat black metal in de goede richting drijft, ver van de theatrale clowns die voor geld en faam het genre bastaardiseren en aan de massa verkopen. En hiervoor verdient de band alle hulde. Helaas staan er voor iedere Akitsa tien Liturgy’s in de rij om de eigen zwarte glazen in te gooien en zo het licht naarbinnen te laten. Daar waar het niet hoort.

Bezetting:
O.T. – alle instrumenten; zang
Néant – alle instrumenten; zang
Nummers:
1. Crématorium (2:41)
2. Les sentinelles (5:01)
3. Morsure (3:26)
4. Loyauté (5:34)
5. Cercueil national (4:46)
6. Au crépuscule de l’espérance (7:30)
7. Le dernier putsch (6:55)
8. Antithèse (2:09)
9. Vers la mort (5:35)
10. La voix brutale (5:33)
Totale speelduur: 49:20
Notities:
[1] Zie de relevante vragen in dit interview met Famine uit 2006…
[2] …en vergelijk dat nou eens met dit interview met Gaahl (ex-Gorgoroth).
[3] “Vanuit elke hoek wordt deze onzin opgelegd / Vee wordt ideologisch en waant zich wacht / Zij streven naar een heerschappij van kortzichtigheid / In het rijk der bekrompenheid, der eeuwige domheid“.
[4] “Ik zing van fierheid, eer, zon en bloed / Zonder schaamte of enige wroeging; ik zal geen berouw tonen / Wanneer ik mijzelf verban uit het territorium van de zelfingenomen“.
[5] “Pas op! Angst produceert ontering“.
[6] “Reeds dreunt de mars der overwinning / Vind terug je naasten en drink op hun gezondheid / Want je moed en je trouw eren hen / Ongeacht van de illusies van glorie en weerspiegelingen van goud“.
[7] Positivistisch in de zin dat de teksten in kwestie zich concentreren op het aanprijzen (‘pro’) in plaats van enkel het bekritiseren (‘anti’) van dingen.
[8] “Richting: De nationale doodskist / Het is de doodstraf voor jouw mensen / Jouw dromen van vrijheid / Worden voor altijd begraven“.
[9] “Ik heb het bloed van een hooligan / De geest van een elitist / Met een zakmes of een stok / Schrap ik je van de lijst“.
[10] Beevor, A. The Battle For Spain. 1e ed. Londen: Phoenix, 2007. p. 46.
[11] Payne, S.G. Fascism in Spain. 1e ed. Madison: The University of Winsconsin Press, 1999. p. 194; 207.

N.B. Mijn vertalingen van de liedteksten zijn niet representatief voor de kwaliteit van de originele versies.

3 thoughts on “Molti nemici, molto onore – De anti-esthetiek van Akitsa

  1. Pingback: Molti Nemici, Molto Onore – The Anti-Aesthetics Of Akitsa | Black Ivory Tower

  2. Pingback: Achter de Mist | Bevroren Ivoren Toren

  3. Pingback: Lijmen | Bevroren Ivoren Toren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s