Huilen met corpsepaint op – Het probleem van (black)metaldocumentaires

pad

Tekst door Degtyarov
(For the English translation, click here.)

Zelfs al mag black metal één van de obscuurdere vertakkingen van metal zijn – de belangstelling van documentairemakers voor het subgenre is aanzienlijk. De fascinatie die (pseudo)journalisten koesteren voor black metal heeft echter vooral te maken met de mythe die eromheen hangt. De turbulente ontstaansgeschiedenis van het genre en diens relatief radicale karakter trekken nog altijd legioenen sensatiezoekers naar met name Noorwegen. Daarnaast maakt het ongepolijste karakter van black metal het dat amateuristisch geproduceerde documentaires over de stroming eerder geaccepteerd worden dan bij muzieksoorten die professionele productiewaarden hoog in het vaandel hebben staan. Om deze redenen is het gros van de blackmetaldocumentaires oppervlakkig, onvolledig, of zelfs niet om aan te zien. Nu is het zeker niet het geval dat er geen goede documentaires mogelijk zijn over dit onderwerp, maar voor de totstandkoming van meer volwaardige, volwassen reportages die voor zowel kenners als leken de moeite waard zijn, moet een aantal tot nu toe overheersende elementen weggefilterd worden. Wat volgt is een lijst van enkele verbeterpunten.

Focus op Noorwegen

Geen documentaire over black metal gaat voorbij zonder dat de controversiële gebeurtenissen in Noorwegen in de vroege jaren ’90 genoemd worden. De zelfmoord van Mayhem-zanger Dead, de moord van Varg Vikernes (Burzum) op Euronymous (Mayhem), de moord van Faust (Emperor) op een homoseksueel, de kerkbranden gesticht door blackmetalmuzikanten: allemaal onderwerpen die voor bijna iedere luisteraar van metal tot vervelens toe bekend zijn. En hoewel deze documentaires vaak pretenderen zich te richten op een publiek van kenners, worden deze oude koeien keer op keer uit de sloot gehaald. Het oprakelen van dergelijke uitgekauwde onderwerpen zou nog gerechtvaardigd zijn wanneer er vanuit een nieuw perspectief op de zaak zou worden gekeken, maar dit is vrijwel nimmer het geval[1]. De behandeling van de materie neemt vaak de vorm aan van postume verheerlijking van Øystein Aarseth, of liever gezegd de commerciële uitbuiting van het imago van de “Prins der Duisternis” dat hij om zichzelf heen had gebouwd.

Je zou een drankspelletje kunnen doen met deze foto.

Je zou een drankspelletje kunnen doen met deze foto.

Afgezien van het iet wat vermoeiende effect dat het tot in den treure uitmelken van de Euronymous-sage heeft op een ‘ervaren’ publiek, is de obsessie met de Noorse scene ook van een muzikaal standpunt steeds moeilijker te verdedigen. Hoewel niet te ontkennen valt dat veel van de hedendaagse blackmetalbands een groot deel van hun geluid en stijl te danken hebben aan de Noorse scene van begin jaren ’90, komen er vandaag de dag vrijwel geen toonaangevende bands meer uit Noorwegen. Sinds de jaren ’90 is black metal verder ontwikkeld in landen als Duitsland, Frankrijk en Griekenland. Dat blackmetaldocumentaires nagenoeg geen aandacht besteden aan black metal die niet uit Scandinavië dan wel Amerika afkomstig is, geeft aan dat de muzikale ontwikkeling van het genre documentairemakers nauwelijks interesseert. Het gaat hen uitsluitend om de mythe die bands als Burzum, Mayhem en Darkthrone omsluiert.

Het doorbreken van de mythe

En die mythe, dat is juist waar blackmetaldocumentaires, als Black Metal – A Documentary en zelfs het zeer aardige One-Man Metal zich in verslikken. Hoe je het namelijk ook wendt of keert, imago is een belangrijk onderdeel van black metal. Vrijwel iedere band omringt zich doelbewust met een bepaalde atmosfeer, of liever gezegd mythe. Artiesten gebruiken niet zonder reden schuilnamen, gezichtsverf, onduidelijke foto’s, onleesbare logo’s en al die elementen die een blackmetalband al ‘verraden’ voordat er ook maar een noot is gespeeld. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat black metal ‘theatraal’ is – de meeste goede bands zijn ondanks een geconstrueerd imago wel degelijk oprecht – maar het geeft aan dat een verkeerde soort blootstelling het zorgvuldig opgebouwde concept achter de muziek als een kaartenhuis ineen kan doen storten.

Zo gauw blackmetalartiesten in documentaires hun mond opentrekken, gebeurt dit dan ook regelmatig. Dit heeft uiteenlopende oorzaken. Een camera maakt mensen van nature kwetsbaarder, een positie waarin een muzikant uit de extreme metal zichzelf zelden graag terugvindt. Daarnaast moet men constateren dat muzikanten niet altijd getalenteerde sprekers zijn en metalheads in het algemeen vaak niet de pretentie van slimheid die van de muziek uitgaat, kunnen waarmaken. Bands die met veel poe-ha filosofische ideeën en moeilijke woorden in hun teksten verwerken, worden dan – dikwijls na een concert – hierover uitgehoord en kunnen vervolgens alleen reageren met verwarde dronkenmanspraat. Tenslotte hebben blackmetalmusici in het bijzonder nogal eens rare trekjes die niet in hun muziek, maar wel in een interview naar voren komen. Een goed voorbeeld hiervan is Scott “Malefic” Conner van Xasthur, die zich in One-Man Metal bijzonder kwetsbaar opstelt en dien ten gevolge bijna autistisch overkomt.

De positie van USBM

Wanneer men er in een zeldzaam geval voor kiest de Noorse blackmetalscene even te laten voor wat het is, wordt er geen vlucht geboekt naar Midden-Europa om daar wat zeer getalenteerde en relevante musici uit te horen, maar blijven de dikwijls uit Amerika afkomstige documentairemakers lekker thuis om zich vervolgens te storten op de USBM-scene. Hoewel in de laatste jaren bands als Wolves in the Throne Room ook in Europa een voet aan de grond hebben gekregen, heeft Amerikaanse black metal onder het Europees publiek bij lange niet de reputatie die het in documentaires dikwijls wordt toegedicht. In Nederland kijkt men voor goede black metal vooral naar Duitsland, Frankrijk en bepaalde producten van eigen bodem (Urfaust et al.). USBM wordt hier en in grote delen van Europa maar in zeer beperkte mate serieus genomen.

Reactie van de gemiddelde Nederlander bij het horen van USBM.

Reactie van de gemiddelde Nederlander bij het horen van USBM.

Amerikaanse documentairemakers lijken zich dit niet te realiseren wanneer zij op pompeuze wijze het aandeel van de Verenigde Staten is het vormen van het blackmetalgenre opblazen. Een bewering die uit één van de talloze documentaires naar voren kwam is dat, waar de zogenaamde ‘second wave‘/tweede golf van black metal uit Noorwegen kwam, de derde golf uit Amerika zou komen, implicerend dat bands als Xasthur en Judas Iscariot een groter aandeel zouden hebben in het definitief volwassen worden van het genre dan bands als Peste Noire and Varathron. Buiten Amerika wordt USBM in het beste geval gezien als een aardige imitatie van Europese black metal en in het ergste geval als een lachertje. De aandacht die in blackmetaldocumentaires juist aan deze scene wordt besteed is dus buiten proportie en zal, wil een documentaire echt als relevant worden beschouwd, drastisch moeten worden teruggebracht.

Achtergrond van de documentairemakers

Blackmetaldocumentairemakers zijn onder te verdelen in twee groepen[2]. Aan de ene kant heb je fans die erg dicht bij de scene staan en dus vrij veel van het genre weten, maar niet de vaardigheden of middelen hebben om die kennis op een degelijke manier naar het witte doek te vertalen. Dan zijn er de professionele documentairemakers die wel weten hoe je een documentaire moet regisseren, monteren en presenteren, maar niet de kennis bezitten om de relevante materie naar voren te brengen. Onbekend als ze zijn met het genre, verwonderen ze zich maar al te graag over de Noorse scene, niet wetende dat het verhaal hierover al talloze malen verteld is. Dikwijls blijken zij ook nauwelijks op de hoogte van wat black metal eigenlijk is. In de aflevering over heavy metal van Metropolis, werd een metalcoreband bijvoorbeeld bestempeld als ‘black metal’ en werd Amerika het ‘thuisland van de metal’ genoemd, allebei voorbeelden van foutieve informatie die de onbekendheid van de journalisten met het genre verraad. Ook betekent het gebrek aan kennis dat de interviewers vaak niet de juiste vragen stellen, niet genoeg doorvragen en te weinig weerstand bieden tegen wat de muzikanten vertellen dan wel op de mouw spelden.

Ook de interviewers die in de fancategorie vallen hebben problemen enige ‘journalistieke integriteit’ te waarborgen. Waar dit bij de professionele documentairemakers vooral voortkomt uit pure onwetendheid, zijn de fanjournalisten vooral bang hun idolen te beledigen door hen tegen te spreken. Daar komt nog bij dat de fanjournalisten de neiging hebben om de ideologische achtergrond van het subgenre uit te diepen zonder dat zij over de hiervoor vereiste kennis beschikken. Een goed voorbeeld hiervan is Black Metal Satanica, waar aan het begin van de documentaire op zeer klunzige wijze een parallel wordt getrokken tussen de Noorse blackmetalscene en de geschiedenis van de Vikingen. Willen documentairemakers geloofwaardig overkomen, zullen zij ook dit soort pseudowetenschappelijke analyses achterwege moeten laten.

Samenraapsel van gasten

Hoewel een overzichtelijke montage en het stellen van de juiste vragen belangrijk zijn, staat of valt een documentaire over metal (of welk onderwerp dan ook) met de gasten. Zo was het concept van Until the Light Takes Us weinig interessant (zie ‘Focus op Noorwegen’), maar werd de documentaire deels gered door de diepgaande interviews met Fenriz (Darkthrone) en Varg Vikernes. Hetzelfde geldt voor de documentaires Pure Fucking Mayhem en Once Upon a Time In Norway, die alleen al door de bijdragen van Kjetil Manheim (ex-Mayhem) de moeite waard zijn.

Prinsen der Duisternis

Prinsen der Duisternis

Het is echter een zeldzaamheid dat documentairemakers interessante gasten weten te strikken. Omdat de blackmetalscene nou niet echt uit elkaar barst van de mediagenieke personen, neemt men bij het maken van een documentaire al snel genoegen met de mindere goden. Het criterium is dan niet of de gast in kwestie iets gepresteerd of iets toe te voegen heeft, maar eerder of hij überhaupt wil verschijnen in een documentaire. Dat is de enige verklaring voor het feit dat de zanger van Gloomy Grim (volwassen bandnaam, overigens) in meerdere documentaires de kans krijgt om het publiek de les te lezen over wat ‘echte’ black metal zou zijn. Willen blackmetaldocumentaires een respectabel niveau krijgen, moet het doel vanuit de makers worden bijgesteld: het uitgangspunt moet zijn om een goede blackmetaldocumentaire te maken. Als je de gasten die dat streven zouden kunnen waarborgen, niet kunt strikken, moet je ervoor kiezen om de documentaire dan maar niet te maken, in plaats van met een halfbakken, schizofreen eindproduct op de proppen te komen waar niemand wat aan heeft.

Conclusie

Hoewel sommige documentaires over black metal mij om uiteenlopende redenen wel hebben kunnen bekoren, blijft hun gemiddelde niveau bedroevend. Een volwassenere productie, een meer journalistieke invalshoek, een verfrissendere focus en een betere verzameling sprekers zijn allemaal nodig om dit niveau om hoog te kunnen krikken. Zo zou het zeer welkom zijn als een documentaire zich zou toespitsen op de culturele achtergronden van black metal in verschillende landen, iets wat tot nu toe terra incognita is voor documentairemakers. Tot dit soort projecten daadwerkelijk van de grond komen, zul je je voor inzichten in de achtergrond van de black metal moeten wenden tot andere media. Zoals het internet. Probeer bijvoorbeeld eens een zeer aardige website genaamd Bevroren Ivoren Toren.

ivtor

Baken van Duisternis

Notities
[1] Een uitzondering op de regel is Once Upon a Time In Norway, waarin de mythe rond Euronymous gedeconstrueerd wordt door de directe betrokkenen. Hoe de situatie in Noorwegen zo had kunnen escaleren wordt in een individuele, sociale context geplaatst in plaats van een ideologische. Dit komt vooral door bijzonder nuttige en interessante bijdragen van sprekers als Kjetil Manheim (exdrummer Mayhem) en Anders “Neddo” Odden (Cadaver), die het prevalerende beeld van de “Prins der Duisternis” vervangen door een vrij sukkelige jongen die door zijn eigen waanideeën op hol sloeg.

[2] Eigenlijk is de enige uitzondering die ik mij voor de geest kan halen de documentaire One-Man Metal, die is gemaakt door competente journalisten die daarnaast zeer vertrouwd zijn met de in hun documentaire behandelde materie. Tevens hebben zij de drukkende atmosfeer van black metal enigszins in stand weten te houden door alle beelden zwart-wit te maken. Het waren eigenlijk alleen de gasten die afbreuk deden aan een anders foutloze documentaire. Naast het feit dat de behandelde bands, afgezien van misschien Leviathan, gewoon niet erg hoogstaand zijn, werken beelden als die van Russell “Sin Nanna” Manzies (Striborg) die in het een grot staat te schreeuwen vooral op de lachspieren. Zie ook het punt over het doorbreken van de ‘mythe’.

Links naar de voor dit artikel bekeken documentaires
Black Metal – A Documentary
Black Metal Satanica
“Metalheads” (Metropolis)
Once Upon A Time In Norway *
One-Man Metal *
Pure Fucking Mayhem
Until the Light Takes Us *
“True Norwegian Black Metal” (Vice)

* Aanbevolen

3 thoughts on “Huilen met corpsepaint op – Het probleem van (black)metaldocumentaires

  1. Pingback: Lords of Naivety – The problem with black metal documentaries | Black Ivory Tower

  2. Pingback: Achter de Mist | Bevroren Ivoren Toren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s