Dodendans in Spijkerbroek

“De tien zagen het. Zij zagen het of zij van grote hoogte het beloop zagen van onderaardse wateraderen in het alluvium. Zij zagen de wanorde in wording, de splijting, de celdeling. Het was gering nog, maar onmiskenbaar.”
– Ferdinand Bordewijk, Blokken, 1931

Peste Noire V

Artiest: La France Peste Noire
Uitgave: Peste Noire (langspeelplaat)
Platenmaatschappij: La Mesnie Herlequin
Jaar: L’An de Disgrâce 2013
Taal: Frans (+ Oekraïens/Zweeds)
Genre: De nachtmerrie aller woekeraars

Tekst door Degtyarov
(For the English translation, click here)

Danse-Diable

Van brandende auto’s naar de brandstapel.

“Maar Famine, wat doet u nu?” Voor velen was dit de eerste gedachte bij het horen van L’Ordure à l’état Pur, het vierde studioalbum van Peste Noire, dat nu alweer twee volle jaren achter ons ligt. Zelfs voor de beruchte Franse formatie, die eigenlijk met ieder voorgaand album wel stof deed opwaaien, was het een ambitieus en riskant project dat de schare van liefhebbers in tweeën deed splijten. Ambitieus omdat de band zich voor de zoveelste keer opnieuw uitvond, terwijl het de eigen niche binnen het blackmetalgenre met Ballade cuntre lo Anemi francor (2009) al lang en breed gevonden had. Riskant omdat het album volledig steunde op het fundament van de tekst: voorman Famine zei recent in een interview dat de muziek op L’Ordure “de tekst woord voor noot volgt” [1]. Het gevolg was dat het wel of niet begrijpen van de teksten grotendeels bepaalde in welk daglicht de luisteraar de muziek zag [2]. En ondanks de internationale waardering van de band, zingt Peste Noire nog altijd exclusief in het Frans,fa waardoor een groot deel van het publiek logischerwijs verstoken blijft van enig begrip van de individuele nummers en het bandconcept in zijn algemeenheid. Vandaar dat de reeds genoemde reactie van algehele verbazing vrij dominant was onder zowel luisteraars als recensenten van het album. Zij die L’Ordure à l’état Pur trachtten te duiden in een licht van misogynie, trollen, dan wel een willekeurige experimentatiedrift, sloegen de plank nogal mis.

Sinds 2011 is er echter een hoop veranderd. Al meed de band het internet aanvankelijk nog als de pest (haha), is men sindsdien overgestapt op een grotere online aanwezigheid. Zo heeft de band – of het door Famine gerunde label althans – een eigen website, die de informatietoevoer naar het eigen publiek drastisch vergroot. Niet alleen zijn er verscheidene (recent naar het Engels vertaalde) artikelen te vinden waarin de visie en ethiek van de band uiteen worden gezet, ook worden bezoekers op de hoogte gehouden van de laatste activiteiten van en rondom de groep en hun label. Mede hierdoor ontstonden er heuse verwachtingen met betrekking tot het nieuwe album, waarvan ongeveer een jaar geleden bekend werd dat eraan gewerkt werd. Uitspraken van Famine en de nieuwe drummer Ardraos gaven een vaag idee van hoe het nieuwe album zou gaan klinken. Bovendien kregen de luisteraars van de band wereldwijd middels de reeds genoemde artikelen de kans om zich te verdiepen in de achtergrond van het fenomeen Peste Noire. Maar of dit alles heeft bijgedragen tot een verbeterd begrip van les durs de France? De ontvangst van het nieuwe album, tevens Peste Noire getiteld, zal dit moeten uitwijzen.

“Het valt op dat Peste Noire, aantijgingen vanuit politiek correcte hoek ten spijt, de provocatie nog steeds niet mijdt.”

Buiten kijf staat dat Peste Noire MMXIII stof zal doen opwaaien. Aangezien de subtiele, soms zelfs ironische verwijzingen naar Famine’s politieke gedachtegoed op L’Ordure à l’état Pur volstonden om de band en masse weg te laten zetten als een bende vrouwenhatende biernazi’s, zullen de explicietere boodschappen die te vinden zijn op het nieuwe album koren op de molen zijn van degenen die in Peste Noire niks meer dan de muzikale tak van het Front National zien. Bij het bestuderen bij het boekje met de teksten valt al op dat Peste Noire, aantijgingen vanuit politiek correcte hoek ten spijt, de provocatie nog steeds niet mijdt. Op één afbeelding doorklieven een schep en een zwaard een davidster, terwijl bij het lezen van de teksten opvalt dat er bepaalde, vermoedelijk politiek incorrecte woorden zijn weggelaten en vervangen door Hebreeuwse tekens. Hoewel de ironie met name van de laatstgenoemde actie afdruipt, zetten deze observaties toch een wat grimmigere toon wanneer we ze vergelijken met soortgelijke toespelingen op L’Ordure. Toen konden we immers nog rekenen op droge plaatjes waarbij het logo van La vache qui rit werd verwerkt in het embleem van Front National. De specifieke verwijzing naar het jodendom op het nieuwe album en de zinspeling op de in Frankrijk zeer reële dreiging van overheidscensuur corresponderen met de recente, politiek getinte uitspraken van Famine en dringen het jolige beeld van “Jean-Marie le PN” naar de achtergrond. De fraaie verpakking van de CD biedt zo een voorproefje op wat komen gaat.

Het expliciete karakter van de illustraties komt ook terug op de inhoud van de CD. Zij die op basis van “La condi hu”, het laatste nummer van L’Ordure à l’état Pur, dachten dat Famine et frères wel de weg van de zogenaamde postblackmetal in zouden slaan, krijgen in de eerste seconden van het nieuwe album subiet hun ongelijk bewezen. Geen dromerige, contemplatieve melodieën die ook zo op een postrockalbum hadden gepast, maar lugubere, dictatoriale tonen kenmerken de introductie van Famine’s nieuwste opus horribilis. Orgels, fragmenten van bulderende toespraken en primitief klinkende percussie vormen de opmaat naar het eerste ‘echte’ nummer, “Démonarque”. Hierop wordt meteen duidelijk dat, na het uitstapje naar de Parijse banlieues op L’Ordure, Peste Noire zich weer bevindt op het afgelegen Franse platteland, diep in de bossen van Occitanië, in het dorpje La Chaise-Dieu (De Zetel/Het Huis Gods[3]). Vanuit dit vergeten oord herintroduceert de groep de blastbeats die op de vorige twee albums nagenoeg ontbraken en levert Famine de kundige sologitaarpartijen die als sinds de demotijd van Peste Noire tot één van zijn (talrijke) handelsmerken mogen worden gerekend. Het eerste nummer doet zo aanvankelijk denken aan de periode waarin Folkfuck Folie uit werd gebracht en het Franse hooliganensemble snelle, recht-voor-z’n-raap-black metal afleverde.

delmar

Toch gaat deze vlieger niet lang op, daar al snel duidelijk wordt dat de op L’Ordure al licht aanwezige folkinvloeden op dit nieuwe album zodanig zijn uitgewerkt, dat ze een geheel nieuwe draai geven aan de muziek van Peste Noire. Zo worden op het voorgenoemde “Démonarque” sommige van de blackmetalriffs ondersteund door accordeonspel, tot de elektrische gitaren en drums geheel zwijgen om een podium te bieden aan de akoestischegitaarkunsten van Famine, een staaltje traditionele percussie, en draailiermelodieën op conto van L’Atrabilaire. Hoewel Peste Noire al wel sinds mensenheugenis met traditionele melodieën en thematiek flirt, geeft de toevoeging van Gallische instrumentatie wel degelijk een nieuwe draai aan de muziek van de groep. Vooral L’Ordure à l’état Pur legde namelijk vooral de nadruk op het onwenselijke: het was grotendeels verachtelijke stadsmuziek, getooid door industriële beats, multicultuur en teksten vol spelvouten. Zoals werd aangetoond in de commentaren van de Engelstalige versie van onze recensie van dat album, begon het album nog in het grimmige verleden waarin Ballade cuntre lo Anemi francor ons achterliet, door aan te vangen met een hatelijke Occitaanse tekst en een traditionele melodie als diens begeleiding. Spoedig werd het verleden echter gelaten voor wat het is (of was) en voerde Famine ons mee naar een walgelijk heden, ingeleid door een citaat uit de film Les Visiteurs, waarin de middeleeuwse edelman Godefroy ‘le Hardi’ de Montmirail in de moderne tijd terechtkomt en, bij het aanschouwen van deze nieuwe wereld, schreeuwt:

“Quelle infamie, mais où sont passées la nature et les forêts, tout est laid, il n’y a plus un hectare sauvage pour chasser. L’air est suffocant, ça puir !” [4]

Peste Noire MMXIII kan gezien worden als de terugkeer van dit uitstapje naar de moderne tijd, daar het de iet wat fatalistische conclusie “La condi hu”[5], achter zich laat en terugkeert naar de verheerlijking van een voorrepublikeins Gallisch koninkrijk en diens integratie in het spirituele concept van een heidens satanisme. De titel “Démonarque” (“Demonarch”) an sich duidt hier al op: satanisme (id est de esthetisering van het kwaad [6]) vermengd met elitarisme (id est een neo-aristocratie vooral bedoeld om het onder democratie florerende plebs onder de duim te houden); de idee van een duaal nationalisme dat stoelt op de principes van intelligentie en agressie; de monnik en de krijger; ‘las armas y las letras’ (de wapens en de letteren) – een dualiteit die door de gehele Europese geschiedenis heen dondert: of het nou de troubadours waren die onder het dichten en het zichzelf een liesfractuur neuken door op Kruistocht gingen [7]; of Cervantes die in 1571 bij Lepanto kebab verwijderde alvorens hij met zijn Don Quixote en de Novelas ejemplares één van de grondleggers werd van de Europese literatuur; Benito Mussolini die verklaarde “libro e moschetto – Fascista perfetto” (“boek en musket – perfecte fascist”); José Antonio Primo de Rivera en Onésimo Redondo die met hun nationaalsyndicalisten een ideaal nastreefden van militanten die half monnik waren, half soldaat; de selecte groep moderne hooligans die doordeweeks studeren, maar gedurende de weekeinden met elkaar op de vuist gaan, gewoon omdat het kan – kortom, zij die het idee omarmden van de totale man, die streeft naar suprematie van zowel lichaam als geest. En nu scharen de mannen van Peste Noire, Terroristen mit E-Gitarre, zich bij dit roemruchte rijtje door de moderne wereld te slopen met een irrationele woede, om haar vervolgens te reconstrueren middels een ziekelijke spirituele verheffing.

solAvec le Kommando, pensez et agissez français

Dat de voorgenoemde woede vooral aanwezig was op L’Ordure, blijkt uit het reeds besproken nummer “La condi hu”, maar ook uit “Casse, Pêches, Fractures et Traditions”, of “J’avais rêvé du Nord”. Dit laatste nummer nam ons, in de woorden van Famine, mee van hatelijke urban rap naar epische liederen die een droom over verlossing bezongen. Vervolgens wordt deze verlossing in het tweede deel verwezenlijkt door middel van gewapend verzet. Hoewel de rap nog niet helemaal verdwenen is op Peste Noire MMXIII, gaat het op dit album met name over die verlossing: zowel de droom erover als de uitvoering ervan: “Suivons le Roi anarque / Il purgera l’Hexagone / De ses imposteurs / Au fusil mitrailleur.” [8] Hierdoor kan dit album bestempeld worden als directer – de subtiliteit die vaak gepaard gaat met het spotten met de vijand (zoals op “Cochon Carotte et les sœurs Crotte” op L’Ordure), is nu veel minder aanwezig, daar de spot dikwijls plaatsmaakt voor de frontale aanval.

Want hoewel de band zich wellicht niet meer te midden van fikkende banlieues bevindt en de muziek uitgaat van een middeleeuws perspectief, vlamt de haat van Peste Noire onverminderd door, al zijn de vlammen dit keer niet afkomstig van brandende auto’s, maar van smeulende brandstapels. De dansvloer in de grootstedelijke disco wordt ingewisseld voor een dodendans op het platteland van Europa. De macabere sfeer die van dit nieuwe album uit gaat doet inderdaad denken aan la danse macabre: grimmige volksmuziek vermengd met obscure metal – een Dodendans in Spijkerbroek. ardraxeIn combinatie met Abruptum-achtige orgelmelodieën en de ziekelijke zang van Famine wordt de muziek voorzien van een occulte (in de zin van diens letterlijke, esoterische betekenis) sfeer die beduidend ongemakkelijker is dan de voor velen herkenbare (zo niet vertrouwde) grootstedelijke hysterie die het geluid van L’Ordure à l’état Pur kenmerkte.

“De verleiding om Peste Noire als ‘NSBM’ te bestempelen, moet te allen tijde worden vermeden.”

Ook in de teksten komt de hang naar de middeleeuwen meermaals terug. Zo verwijst het nummer “Le clebs noir de Pontgibaud” (“Het zwarte mormel van Pontgibaud”) naar een laatmiddeleeuwse Auvergnatse legende waarin de zoon van een tot hekserij veroordeelde en op de brandstapel gefrituurde man benaderd wordt door een zwarte hond, die hem magische krachten schenkt waarmee hij zijn vader kan wreken. De hond draagt hem op om op het kerkhof van Volvic een stapel botten te verbranden. De zoon doet dat, waarop de as van de botten, het as van de mannen werd die verantwoordelijk waren voor de dood van zijn vader, waardoor zij aan hetzelfde lot dat zij voor de vader bezegelden, ten onder gingen. Met het nummer “La bêche et l’épée contre l’usurier”  (“De schep en het zwaard tegen de woekeraar”) toont Peste Noire zich op ongebruikelijk expliciete wijze van haar politieke kant. De eerste twee coupletten laten in ieder geval weinig aan de verbeelding over, althans voor degenen met enig historisch besef: “Ils infectant nos puits / Ils tuaient nos enfants / Ils prétaient aux petits / Pour en faire leurs servants / Qu’est-ce qui change ajourd’hui? /  Vaccins, avortements / Usure, crédits / Pour nous tuer lentement” [9]. De geluidsfragmenten van een toespraak van Joseph Darnand, leider van de Service d’ordre légionnaire (S.O.L.) [10] tegen het einde van het nummer bevestigen de politieke connotaties van de tekst en het album in het algemeen, des te meer.

Hoewel de politieke achtergrond van het album zich dus een stuk minder ambigu manifesteert, moet de verleiding om Peste Noire met het ‘NSBM’-plakkaat op te zadelen, te allen tijde worden vermeden. De band heeft altijd geflirt met extreemrechts gedachtegoed, maar het satanische aspect van hun ideologie maakt het dat zij niet vereenzelvigd kunnen worden met de rigide, door hygiëne geobsedeerde dandy’s, noch de hersenloze biernazi’s die heden ten dage in aanzienlijke mate dit deel van het politieke spectrum bevolken. Naast een onmiskenbaar nationalisme kenmerken de teksten zich ook door een fascinatie met het afschuwelijke: zo wordt in “La Blonde” een gewelddadige dronken bui als gevolg van het nuttigen van blond bier bezongen: “La Blonde / Elle me rend agressif / Comme Ayyash devante un kibboutz / Elle fait qu’à mon actif / J’ai tes dents sur mes paraboots” [11]. Op “Niquez vos villes” (“Neuk jullie steden”) pompt Famine er nog maar eens een rap uit, terwijl op “Démonarque” de “Anarchkoning” wordt geprezen. Een zin die in het boekje staat vermeld is dan ook: “Nous sommes le commando Peste Noire, de la droite les plus anars” [12], een tekst die de meer rigide segmenten van extreemrechts moeilijk zouden slikken. Dit werd al duidelijk toen, tijdens het tournee van Peste Noire in Québec, een concert naar verluidt werd verstoord door een protest van zowel neonazi’s als antifa. Twee groepen van eendimensionale denkers bij uitstek die schreeuwden over een band die ze totaal niet begrepen. Jammer genoeg een typisch tafereel in deze onwetende wereld.

la chouffe noire

Het nationalisme an sich volstaat dus niet om het concept Peste Noire compleet te vatten, maar hetzelfde geldt voor het satanisme waar de band zich evenzeer mee identificeert. Zo staat Famine’s interpretatie van het satanisme in schril contrast met de gebruikelijke Semitische invulling van het concept (zie: Deathspell Omega), of met de liberale, atheïstische filosofie van Anton Levy LaVey, die vooral onder blackpopbands als Dimmu Borgir op steun kan rekenen. Peste Noire is weliswaar een groot voorstander van individuele onafhankelijkheid, maar dit heeft eerder een elitaire achtergrond dan een liberale (‘gelijke kansen voor iedereen’). Het bijzondere van de band is dan ook dat het deze, binnen de black metal toch al unieke insteek niet alleen in diens muziek propageert, maar ook daarbuiten uitdraagt, getuige het feit dat Famine rustig bij Season of Mist had kunnen tekenen en bakken met geld had kunnen verdienen, maar in plaats daarvan heeft gekozen voor complete artistieke onafhankelijkheid door middel van het oprichten van zijn eigen label, La Mesnie Herlequin. Het plakkaat “NSBM” is dus een belediging voor het rijke bandconcept van Peste Noire, wat tevens betekent dat zij die zich schuldig maken aan uitspraken als “ik luister naar Peste Noire, hoewel ik het niet eens ben met hun politieke meningen”, een fundamentele denkfout maken. Het gaat hier namelijk niet om het er wel of niet ‘mee eens’ zijn; het gaat juist om de waarden (politiek, spiritueel en artistiek) waarop ‘le Kommando Peste Noire‘ gestoeld is. De muziek vloeit voort uit de visie van de band; het één kan niet zonder het ander bestaan. Het reduceren van dit totaalpakket tot een futiele politieke kwestie die losstaat van de muziek, getuigt van het eendimensionale denken dat ook de voorgenoemde neonazi- en antifademonstranten ten deel is gevallen [13].

“Het getuigt van grote klasse dat Famine de basgitaar een hoofdrol heeft durven geven.”

Degenen die toch volharden in hun tunnelvisie, kunnen misschien een beter beeld krijgen van de band door zich te realiseren dat, eerder nog dan nationalisme of satanisme, ‘elitarisme’ te identificeren is als hét leidmotief van Peste Noire. Dit kan opgemaakt worden uit de manier waarop de band zich, in interviews en artikelen, van de rest van de metalscene distantieert wegens de vermeende domheid die onder metalheads prevaleert. Bijkomend voordeel is dat dit Nietzscheaanse streven naar excellentie naar boven komt in de muziek, zo ook in de instrumentatie van dit nieuwe album. Zo heeft Peste Noire met Ardraos (bekend van o.a. Sühnopfer en Christicide) veruit diens meest kundige drummer tot nu toe in huis gehaald. De ultrastrakke blastbeats en creatieve breaks zorgen ervoor dat van Peste Noire MMXIII op het gebied van slagwerk aanzienlijk meer klasse uit gaat dan van voorgaande albums, met name de laatste twee. Famine etaleert ondertussen zijn enorm gevarieerde gitaarspel: met name de Valfunde-achtige solo op “Ode” en het samenspel van gitaar en traditionele elementen vallen op. Ook de onconventionele sologitaarpartijen op “Démonarque” duiden op een visie die breder is dan die van de meeste blackmetalmusici: Famine is hiermee één van de weinige gitaristen in het genrebrueg die zich echt onderscheidt met een unieke, herkenbare stijl. Daar komt nog bij dat de bandleider zich tevens een bijzonder vaardig bassist toont, daar hij zijn melodieuze gitaarspel naadloos weet om te zetten in kleurrijke bastonen. Gevreesd werd dat het gemis van basvirtuoos Indria de baspartijen op dit nieuwe album parten zou gaan spelen, vooral aangezien gitaristen die noodgedwongen bij moeten klussen als bassist, nogal eens de neiging hebben om de basgitaar in de productie de nek om te draaien ten faveure van een luidere slaggitaar. Het getuigt dan ook van grote klasse dat Famine in de productie van het nieuwe album, ondanks het gemis van zijn favoriete bassist, dit instrument een hoofdrol heeft durven en kunnen geven.

De prominente rol van de basgitaar is echter één van de weinige aspecten waarin de producties van respectievelijk L’Ordure à l’état Pur en Peste Noire MMXIII overeenkomen. Het laatstgenoemde album gaat grotendeels terug naar het ruige, organische geluid van Ballade cuntre lo Anemi francor, al is het gitaarspel op het nieuwe album in vergelijking wel aanzienlijk helderder. Het slagwerk van Ardraos is in de productie een stuk minder aanwezig dan op zijn albums met Sühnopfer. Dit is echter vooral te wijten aan het feit dat de composities van de laatstgenoemde band dikwijls uitgaan van het slagwerk, terwijl Peste Noire, nota bene geesteskind van gitarist Famine, altijd een op gitaren georiënteerde band pur sang is geweest. Niettemin was het de rauwheid van het album ten goede gekomen als de drums iets beter vertegenwoordigd waren geweest in de mix. Een ander minpuntje is dat op het middenstuk van “La bêche et l’épée contre l’usurier”, de percussie af en toe de gitaar naar de achtergrond verdrijft, alsof deze gesidechainet wordt. Uiteindelijk is Peste Noire echter nooit een band voor productiefetisjisten geweest, dus het is onwaarschijnlijk dat de kleine deukjes in dit aspect van het eindproduct, een serieus obstakel zullen gaan vormen voor liefhebbers van de band, dan wel het blackmetalgenre in het algemeen.

Nee, liefhebbers van de band zullen verheugd zijn met dit nieuwe, wellicht laatste hoofdstuk in de muzikale loopbaan van de mannen uit La Chaise-Diable. Één van de krachten Peste Noire is altijd geweest dat ieder album aandoet als een nummer op één groot conceptalbum: de neergang van de beschaving op La Sanie des siècles; de afdaling in de krochten der waanzin van Folkfuck Folie; het barbaarse nationalisme van Ballade cuntre lo Anemi francor; de reis door de verziekte moderne wereld van L’Ordure à l’état Pur… En nu, met Peste Noire MMXIII, de frontale aanval op diezelfde verziekte wereld vanuit een middeleeuwse nietsontziendheid. De cirkel lijkt rond; het is moeilijk voor te stellen welk terra incognita binnen het genre de band nog kan verkennen. Wellicht dat een grotere focus op de rap- dan wel Oi-elementen nog in het verschiet ligt, al lijkt het niet Famine eigen om zich te wijden aan één muzikale dimensie. Toch loopt Peste Noire zoals altijd het gevaar dat recensenten en andere luisteraars slechts één dimensie zullen waarnemen binnen het huidige oeuvre van de band en de interpretatie c.q. beoordeling van hun muziek zal stoelen op deze tunnelvisie. Het duurt ongetwijfeld niet lang meer voordat men ook dit nieuwe album vangt onder één noemer, of dit nou Oi of NSBM is. Het is dan ook het lot van de meest creatieve lieden, dat zij tevens de meest onbegrepen individuen op deze wereld zijn.

rev

Peste Noire kan binnenkort nu gekocht worden bij La Mesnie Herlequin.

Les durs d’Auvergne zijn:
Fafa – knibbelknabbelknuisjevocalen, gitaar (elektrisch; akoestisch), basgitaar (elektrisch; akoestisch), tamboerijn, postbode
Ardraos – kankerharde drums, accordeon
Audrey – achtergrondzang
L’Atrabilaire – draailier
Lazareth – trompet
Veurmin – carnyx und lituus
Pire – violoncello
Antumnos – dwarsfluit
R. de mysterieuze Oekraïenert – zangbijdragen op nummers 4 en 6
Ravenlord – zangbijdrage op nummers 2, 4 en 8
Melkor – zangbijdrage op nummer 4
Arawn – zangbijdrage op nummer 5
Dunkel – zangbijdrage op nummer 5
Khräss – zangbijdrage op nummer 7

Nummers:
1. Le retour de la peste (3:51)
2. Démonarque (7:42)
3. La bêche et l’épée contre l’usurier (8:10)
4. Niquez vos villes (6:46)
5. Le clebs noir de Pontgibaud (5:15)
6. Ode (4:16)
7. La Blonde (4:08)
8. Moins trente degrés celsius (6:26)

Totale speelduur: 46:39

Notities:
[1] “L’Ordure was criticised for its text, whereas it is in fact essentially a textual album. The music is almost secondary in this album. I firmly prefer the text to the music of L’Ordure.” Vrij naar: La Mesnie Herlequin.
[2] Een nummer als “Cochon Carotte et les sœurs Crotte” klonk voor de één als een smakeloze melange van zouk, reggaeton en andere hoerenmuziek, verworden tot een willekeurige, richtingsloze industriële cacofonie. Voor de ander was het echter een briljante parodie op de verachtelijke urbancultuur, met als getuigen hiervan de oermensachtige misogynie en de opzettelijke ongeletterdheid die uit de tekst naar voren komen.
[3] ‘Chaise’ betekent zetel/stoel, maar is een verkeerde vertaling van het Occitaanse woord ‘chasa’, dat ‘huis’ betekent.
[4] Zoals ook is uitgewezen in de reacties op de recensie van L’Ordure, komt dit fragment uit de komediefilm Les Visiteurs, waarin een middeleeuwse Franse ridder terechtkomt in een hedendaags Frankrijk. De vertaling: “Wat een schande. Waar zijn de natuur en de bossen gebleven? Alles is leeg; er is geen hectare [land] over om op te jagen. De lucht is verstikkend, het stinkt!”
[5] “La condi hu” (“La condition humaine” / “De menselijke staat”) is het laatste nummer van L’Ordure à l’état Pur. Uit onze recensie van dat album: “In dit nummer worden aanvankelijk allerlei gruwelijke ziekten als aids, tyfus en malaria opgesomd, maar gaandeweg worden ook fenomenen als MTV, Big Brother, de Republiek en zelfs de mensheid als geheel aan deze lijst van onaardigheden toegevoegd. Tegen het einde van het nummer leest zangeres Audrey Sylvain een beschrijving op van, naar ik begrijp, wat aids met het menselijk lichaam doet, waarmee uiteraard de parallel wordt getrokken met de huidige staat van de wereld in de ogen van Famine. De muziek is dan ook wat serieuzer van aard en heeft een vrij duistere, wanhopige toon, wat door het contrast met de bij vlagen carnavaleske vrijgeestigheid van de andere nummers des te harder aankomt.”
[6] Zie ook dit door Famine geschreven artikel voor meer informatie over de esthetiek van het kwaad.
[7]  Zie ook dit artikel door L’Atrabilaire.
[8] “Wij volgen de Anarchkoning / Hij zal de zeshoek reinigen / Van zijn bedriegers / Met het machinegeweer”.
[9] “Ze vergiftigden onze putten / Ze vermoordden onze kinderen / Ze leenden aan de armen / Om van hen hun dienaren te maken / Wat is er vandaag de dag veranderd? / Vaccinaties, abortussen / Gewoeker, leningen / Om ons langzaam te vermoorden”.
[10] De S.O.L. was een rechtse militie die actief was onder het Vichy-regime en de voorloper van de Milice française. Een bewerkt wapen van Vichy-Frankrijk was eerder te zien in de heruitgave van Ballade cuntre lo Anemi francor.
[11] “Het blond bier / Zij maakt me agressief / Zoals Ayyash voor een kibboets / Ik heb jouw tanden onder mijn kisten”.
[12] “Wij zijn het commando Peste Noire / Van rechts het meest anarchistisch”.
[13] Muziekliefhebbers staan hier helaas niet alleen in. Vergelijkbaar is de discussie rondom de legendarische novelle Bint van Ferdinand Bordewijk (1934), die bijna 80 jaar na dato nog steeds wordt benaderd vanuit het perspectief “is het boek voor of tegen fascisme?” Het zielige hieraan is dat deze vraag überhaupt niet relevant is. Lees ook dit stuk van Ralf Grüttemeier voor een gedetailleerde bespreking van deze benadering van literatuur: “De impasse rond ‘Bint’ en een aanzet tot overwinning“.

Andermans veren:

  • De term ‘opus horribilis’ is overgenomen uit het interview met Famine in de LP-versie van Folkfuck folie.
  • Hetzelfde geldt voor de informatie over de betekenis en herkomst van de plaatsnaam ‘La Chaise-Dieu’.
  • Dank aan Ardraos voor informatie over de herkomst van het fragment van de S.O.L. in “La bêche et l’épée contre l’usurier”.
  • Informatie over de legende van de zwarte hond van Pontgibaud vind je hier.
  • Bandfoto’s zijn bewerkte versies van het werk van Metastazis.
  • Dank aan Mystery Man voor suggesties en verbeteringen.

Zie ook:
Bespreking van Folkfuck folie
Bespreking van L’Ordure à l’état Pur
Bespreking van SühnopferNos sombres chapelles
Bespreking van Triste SirRoyaume perdu

Muziek beluisterd tijdens deze recensie: Peste Noire, Ultima Thule, Nokturnal Mortum, Mütiilation, Drudkh

Bier gedronken tijdens deze recensie: La Chouffe (Blond, uiteraard); Dommelsch

3 thoughts on “Dodendans in Spijkerbroek

  1. Pingback: Het eeuwige offer | Bevroren Ivoren Toren

  2. Leuk om een recensie door een Nederlander van een album van m’n favoriete band (samen met Burzum) te lezen. Ik hou normaal niet zo van moderne metal (behalve als het oud klinkt zoals Zemial) maar deze band is een grote uitzondering.

  3. Pingback: Naar de sportschool voor het Moederland | Bevroren Ivoren Toren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s