In weelde verwelkend

“Het duizendstemmige gonzen van insecten en de kreten van nachtdieren in het oerwoud schenen een onderdeel te zijn van de indrukwekkende stilte. Boven de bergtoppen fonkelden de sterren met ijskoud licht. Ik staarde naar de zwarte oever aan de overkant van het meer, waar het gebladerte de wateroppervlakte raakte. Zonder moeite kon ik me voorstellen dat daar boze geesten zich verscholen hielden, gereed tot de aanval.”
– Hella S. Haasse, Oeroeg, 1948.

Velvet Cacoon - Atropine

Artiest: us Velvet Cacoon
Album: Atropine (dubbel-cd)
Platenmaatschappij: Full Moon Productions
Jaar: 2009
Taal: Engels
Genre: Aroma’s van het onderaardse

Oorspronkelijke Engelse tekst door MDL (click here for the English version)
Nederlandse vertaling door Degtyarov
Foto’s vervaardigd door MDL voor Seiðstafr photography

sjöström

Zelfs nu de lente is aangebroken en onze schaduwen weer korter worden, drukt een herfstachtige sluier laag op de aarde, een restant van het ‘seizoen van mist en milde fruitigheid’, zoals Jeeves ons ongetwijfeld in herinnering zou brengen; een perfect moment om de boeiende sfeer te delen van Velvet Cacoons duistere werk Atropine. Als één der meest intigerende projecten die uit Amerikaanse aarde is ontsprongen, is Velvet Cacoon – onder leiding van een man die bekend staat als Josh – zich in de loop der jaren te buiten gegaan aan allerhande gezwendel om vriend en vijand om de tuin te leiden en de wereld van black metal precies te laten zien hoe belachelijk het hele ‘trve kvlt’-idee in werkelijkheid is (het bekendsteheimstatt voorbeeld hiervan is nog wel hun uitvinding van de zogenaamde ‘dieselharp’ – een gitaar die op diesel loopt, vuur spuwt, en wiens geluid verwerkt wordt via een tank met zout water en bloed). Deze escapades hebben een onoverbrugbare afstand gecreëerd tussen de groep en liefhebbers van traditionele black metal – een feit waar de bandleden niet al te lang wakker van zullen hebben gelegen – maar op een bepaalde manier stroken al deze gebeurtenissen met het idee van Velvet Cacoon als Gesamtkunstwerk; het vervaardigen van een droomwereld waarbinnen kunst kan leven en ademen. Dit wordt weerspiegeld door een geluidsfragment op het einde van hun nummer “Winterglow” op Northsuite (2005), geleend van The Man of La Mancha (op diens beurt uiteraard gebaseerd op Cervantes’ meesterwerk Don Quixote):

“When life itself seems lunatic, who knows where madness lies? Perhaps to be too practical is madness. To surrender dreams, this may be madness.  To seek treasure where there is only trash.  Too much sanity may be madness, and maddest of all: to see life as it is, and  not  as it should be!”

Hoewel de voorgaande uitgaven breed genomen allemaal een blackmetalsignatuur hadden; Dextronaut (2002), Genevieve (2004), Northsuite (2005) en het mysterieus getitelde P aa Opal Poere Pr.33, kenmerken zij zich ieder door een unieke esthetische en auditieve benadering van het genre. Beelden van luxe, verdorvenheid en afzondering (in de geest van Huysmans’ À rebours), sluimerende narcotica, nevels van stukslaande golven, herfstaroma’s, lamlendigheid en Victoriaans meubilair smelten op deze – zeer aan te bevelen – albums samen met traditionelere verwijzingen naar sneeuw en wouden. Op Atropine zijn wij er echter getuige van dat de esthetische thema’s en golvende geluiden die de luisteraar betoverde in het oeuvre van VC naar hun logische slotsom worden begeleid, in een unruhige reis van dark ambient die zo’n twee uur bestrijkt.

Wat meteen opvalt na een blik op de titels van de nummers is dat het gebruik van woordspelingen, of beter gezegd woordambacht een centrale rol speelt in de beleving van ieder stuk. Sferische namen als “Nightvines”, “Autumnal Burial Victoria” en het magnifiek narcotische “Dreaming in the Hamlock Patch” zetten het canvas neer voor de luisteraar, die vervolgens zijn door de muziek geïnspireerde droombeelden als verf op het doek werpt. Deze benadering – het opeenstapelen van woorden met als doel het opwekken van iconografische of door gevoel gedreven reacties in de geest van de luisteraar – is geen nieuwe verschijning in het oeuvre van Velvet Cacoon; men hoeft maar terloops kennis te nemen van één van de voorgaande uitingen van de groep om uit te komen op een stuk als het voorgenoemde “Winterglow”, waarop een kalme, akoestisch gespeelde gitaarlijn en een gebrek aan nagalm een onmiddellijkheid, intimiteit en – paradoxaal genoeg voor glacialblack metal – knusheid oproepen die de aard van de titel weerspiegelen. Het titelnummer van Genevieve begint met een ruige, dissonante wervelstorm die zichzelf oplost met een botsing op een peinzende arpeggiomelodie, delicaat en bijna vrouwelijk aanvoelend, als een veer. “Marylux” (P aa Opal Poere Pr.33), dat aandoet als de naam van één of andere goed ingerichte schoener, bevat een ritme en deining die uiterst nautisch van smaak is, wiens auditieve diepte een beeld vormt van de eindeloze vatemen beneden zijn romp. Ieder artistiek aspect van dit project is voorzichtig en bewust gekozen, met een overweldigende aandacht voor details, om zo goed mogelijk de wereld en stemmingen te vatten die VC besluit aan te roepen. Hun teksten zijn niet minder intrigerend, daar zij geen verwijzingen bevatten naar de volhardend gangbare onderwerpen van de talloze dertien-in-een-dozijn-groepen in de black metal (i.e. satanisme, plunderende Vikingen of misantropisch gedreven genocide), maar zich in plaats daarvan uitleven in het verkondigen van een bijna overdreven decadentisme dat maar al te graag geleefd wil worden:

“All of our maps are lost in the wind, luxurious wordplay back in hand, laced to the nines in immaculate decadence, the late Oregon fold, life on a grey seacoast, snowsailing into the deep December lavender of a heartbeat’s cadence, drinking Grenache over and over, Grenache Grenache Grenache, spiced lacquer coating in the fade dusk,  passages from À rebours, manic laughter at old art and new vignettes, music of the sea, stars, drugs, dreams, soft nothingness treasured, and after too much delay we have finally started recording the new album.

What is there to say? The rain out here is endless, grey waves all day, black waves all night, sheets of freezing rain are almost piercing, very influential on the whole process. This feels incredible.”

Bij aanvang van de gewaarwording van Atropine drijft ons met het openingsnummer “Candlesmoke” een nauwelijks hoorbare noot tegemoet, breekbaar als glas, trillend op de rand van ons gehoor alvorens over te gaan in een dreunende golf, als de rook die zich zwevend van de kaars beweegt, in een cadens omhoog en omlaag stuwend, een sfeer opwekkend die drukkend en bijna ritualistisch van aard is. “Funeral Noir” kenmerkt zich door een weerbarstiger aanpak, waarmee het nummer zijn titel eert. Een strakkere beweging van noot naar noot, gehuld in een bijna koperen textuur, doet denken aan het sombere decor van een antieke lijkwagen. The Phantom Carriage van Sjöström deelt het gevoel van hopeloosheid en macabere onontkoombaarheid dat “Funeral Noir” oproept: Holm dronken op een kerkhof, gedood en veroordeeld tot het besturen van het voertuig over een verwoest landschap. Elke toon dijt uit en krimpt weer ineen, waarmee zij het opwekken van sentiment vermijden maar elk stuk zegenen met een onmiskenbaar unheimisch en somber palet. “Graveyard Sonnet” is een persoonlijke favoriet. Kalm luidt de compositie haar eigen bestaan in, waarbij elke noot een uitgesmeerd akkoord introduceert, als een verstomde bel die in de verte nog enige tonen weet uit te brengen. Een grote mist of nevel omhult dit stuk, dat zich grotendeels tussen drie akkoorden beweegt, wat resulteert in een stuk smachtende, peinzende nostalgie, als die van een eenzaam figuur verzonken in zijn eigen gedachten in een afgesloten studeerkamer of aan een verlaten kust. Vaak stel ik dit stuk gelijk aan gedeelten van Donna Tartts roman The Secret History, waarin de hoofdpersoon alleen gelaten wordt in Vermont in het hart van de winter. De zich opstapelende sneeuw, troebele waarneming, isolatie en een slaapwandelend, droomachtig bestaan zorgden ervoor dat de eerste symptomen van hypothermie toe konden slaan – all deze thema’s corresponderen goed met het golvende geronk van “Graveyard Sonnet”. Een ander kenmerk is het gefluister dat louter bestaat op de rand van hoorbare perceptie, gelijk Electronic Voice Phenomena (EVP), die in en uit het stuk breken, nadruk leggend op het onderaardse en kerkhofaspect, beneden de aardkorst gemetseld. De manier waarop de zware tonen ruim zijn gespreid, waardoor ze kunnen ademen, voorzien de hele compositie van een drukkende doch spookachtige sfeer, die verschrikkelijk noch verdrietig is, maar zwevend en op een vreemde manier warm en fluweelachtig. Het laatste lied van de eerste schijf is het eminente en nachtelijke “Dreaming in the Hemlock Patch”. Tijdens deze ijzige, dodelijk narcotische reis, waarvan het pad is geplaveid met giftige bladen, ligt de luisteraar spartelend te midden van een mysterieus en minimalistisch muzieklandschap. Een twijfelmoedige toon openbaart zich, gelijk een uitbloeiende plant in zowel sierlijkheid als traagheid, die het lied langzaam voortstuwt op een beteugeld volume. Bij tijd en wijlen springen opwellingen van deze tonen met toegenomen volume en octaaf uit deze ingekapselde fundering en schitteren zij kort op de voorgrond alvorens weer te sterven. Het tempo van dit stuk, dat een lengte van bijna zevenendertig minuten heeft, beschikt over een Vedische rust, waarbij het geronk een zilveren, bijna maanachtige rand bevat wanneer het zich naar voren schuiven en in intervallen tot leven springt als een zwaar bedwelmingsmiddel dat de bloedsomloop binnen glijdt. Terwijl de luisteraar in een loomheid wordt gewiegd, sterven de laatste glinsteringen van de noten, waarmee de eerste helft van dit album ten einde komt.

clandestien

“Nightvines” krult het bewustzijn van de luisteraar binnen, wat het startpunt is van het tweede en laatste hoofdstuk van Atropine. In een eerbetoon aan de titel van het nummer barst ieder ronkend akkoord uit de luidspreker en windt het zich om de luisteraar heen, zich naar de voorgrond wevend alvorens het weer terug zinkt de stilte in. In een video die kortstondig op YouTube te vinden was, galoppeerde een uit lianen vervaardigd paard met vertraagd beeld door een duister moerasachtig landschap, een nachtelijk wezen dat enkel buiten het zicht van de mens acte de présence geeft. Een verborgen sfeer tekent dit nummer, niet geheel sinister maar wel met een zekere aroma van vervreemding, in de zin dat er iets aan de hand is waarmee wij niet vertrouwd zijn. Met een duur van zevenentwintig minuten is “Nocturnal Carriage” het op één na langste stuk op deze dubbel-cd, en wellicht de minst toegankelijke voor de luisteraar die niet bekend is met ambientmuziek. Een enkel akkoord staat geleidelijk op uit het water, met slechts minimale variaties in de hogere tonen die achter het hoofdakkoord kunnen worden waargenomen, bijna als boventonen, en de lichte aarzeling in de basis van de muziek. Verscheidene recensenten wisten te melden dat dit stuk hun dromen op aparte manieren beïnvloedde wanneer zij er ’s nachts naar luisterden, al valt het niet te zeggen of beïnvloeding van de theta-golven een bewuste keuze van de artiest was. Wat wel zeker is, is dat dit nummer een fragment van ambiance in “Funeral Noir” grijpt en bevriest, waarna het gedestilleerd wordt in één fragment zonder einde; Sjöströms sombere, ranke koets die zich langzaam een weg baant over stille meren en door stille dorpjes onder een benevelde maan. Een echoënde slag introduceert het volgende en tevens kortste nummer op het album: “Earth and Dark Petals”. De percussieslagen manifesteren zich door het hele stuk, graven sluiten zich in de diepe aarde, met zwaar omhuld gedreun dat eromheen valt.  Een uitgespannen melodie treedt naar voren in de hoogte en het draait zich richting de nachtelijke hemel, waarna de tonen ter aarde dwarrelen als bladeren, het gedreun beneden zich bedekkend. Net wanneer de luisteraar zich geabsorbeerd weet in de sfeer sterven de laatste tonen na drie minuten, waarna het stuk zijn wedergeboorte beleeft als “Autumn Burial Victoria”. Een enkele dunne nootweelde openbaart zich vanuit de stilte, waarna het steevast op de steun mag rekenen van de zwaarste en meest spookachtige dreunen die op Atropine kunnen worden aangetroffen. Het gegons behoudt een constante noot, zich als een vette slang om de bastoon heen wikkelend; op zachte wijze spreidt het een simpele melodie uit, wat de luisteraar de indruk geeft te worden begraven in de aarde, onder een veld van gevallen bladeren en herfsttakken; boven de grond liggen zoet rottende appelen op takken te baden in de mist. Een vuurtoren prikt langzaam door de stugge mist, door een kalme en wollige zee. Net als men volledig raakt ondergedompeld in deze dikke doch dampende tonen, meldt zich een donderende, percussieve verschijning (lijkend op die in het vorige nummer) op de achtergrond, uitgerekt tot gesis, en het geronk sterft langzaam weg, zich terugtrekkend als nachtelijke mist bij het aanschouwen van de eerste verkleuringen des zonsopgangs.

Atropine is één van die zeldzame albums die de luisteraar een uiterst absorberende en tijdloze sfeer bieden door het gebruik van minimalistische dreunen en ijzige tonen. Op passende wijze werd het album uitgebracht door Full Moon Productions met de volgende aankondiging:

“Atropine extracts of henbane were used by Cleopatra to dilate her pupils to appear more alluring. In the Renaissance, women used the juice of belladonna berries to enlargen the pupils of their eyes for cosmetic reasons (in Italian, “bella donna” translates to “beautiful lady”). Later on, belladonna was used by witches before flight. The juice of the berries was applied to their vaginas resulting in massive and sometimes lethal dosages of atropine. In this state of unbelievable hallucinatory incoherence, they believed they were actually flying on their brooms and as they spoke aloud their spells the results unfolded right before their eyes.”

Dit album werd nauwkeurig vervaardigd gedurende een periode van vier jaar onder de goed gesurveilleerde invloed van mandragora, dolle kervel, datura stramonium, bilzenkruid, belladonna en jesaconitine-afscheiding. De meeste dreuntonen zijn opgenomen op een dar-tape en in de grond begraven, om na twee jaar weer tot leven gewekt te worden voor gebruik.

De thema’s van hallucinatie en narcotische ervaring/mijmerij zijn niet nieuw voor Velvet Cacoon – zij hebben een lang de invloed van bedwelmingsmiddelen op hun muziek en sfeer uitgesproken – maar hier op Atropamine komen zij het puurst tot uitdrukking. De uitgespreide texturen in “Dreaming in the Hemlock Patch” lijken het effect van verscheidene experimentele drugs te imiteren, en inspireren de verbeelding zeker tot  een soort dagdromen. Het aspect ‘begraven’ komt ook vaak voor op Atropine, doch niet in diens morbide zin. Eerder is het die wonderlijke logheid die voelbaar is tijdens verlamming of koorts, in de aarde gewikkeld en bewegingsloos. Dit is een album dat net zoveel luisteraars zal hypnotiseren en stimuleren als het mensen zal vervreemden en afschrikken met diens lengte en diepgravende gedachten. Het gebruik van weelderige texturen is uiterst toepasselijk voor Velvet Cacoon terwijl ze voor het eerst doorstoten naar puur ambientterrein. Bovendien is het moeilijk een beter voorbeeld te bedenken van gedestilleerde en uiterst absorberende muziek.

scent

Als een aanvulling op het einde van deze bespreking is het de moeite waard te vermelden dat de voornaamste creatieve kracht achter Velvet Cacoon (en diens opvolger Clair Cassis) tevens de eigenaar van en de neus achter het geurwaterhuis Slumberhouse is, dat zich in Oregon bevindt. Het is mijn overtuiging dat de gecreëerde geuren verweven zijn met de esthetiek die zich in de discografie van Velvet Cacoon manifesteert, met namen als Tarnet, Norne, Ore en Vikt, waarvan er veel zware, zich opdringende aroma’s zijn die elementen bevatten van hooi, tabak, leer en soortgelijke producten. Ik bezit er verscheidene (sommige gekocht, andere gul naar mij opgestuurd door Josh) en allemaal bezitten zij een gehalte vakmanschap en diepte dat betoverend is. Zeer aanbevolen, en hier te verkrijgen: http://www.slumberhouse.com/

Bezetting
SGL – gitaar, bas, drum, zang
LVG – gitaar

Nummers
Schijf 1
1. Candlesmoke (6:24)
2. Funeral Noir (9:35)
3. Graveside Sonnet (12:38)
4. Dreaming in the Hemlock Patch (36:44)

Totale speeltijd: 1:05:21

Schijf 2
1. Nightvines (13:02)
2. Nocturnal Carriage (27:55)
3. Earth and Dark Petals (3:03)
4. Autumn Burial Victoria (13:06)

Totale speeltijd: 57:06

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s