Dub Buk boven alles

“De crisis van de westerse kunst is een reactie op de crisis in de westerse genie. Het is één van de vormen waarin het zich manifesteert.”
– Ernesto Giménez Caballero, Arte y Estado, 1935

Rus ponad use

Artiest: ua Dub Buk
Uitgave: Русь понад усе! (Rus ponad use!) (langspeelplaat)
Platenmaatschappij: Eastside
Jaar: 2003
Taal: Oekraïens
Genre: Slippers met stalen neuzen

Tekst door Degtyarov
(For the English translation, click here.)

Sirko2

“Unidad del destino en lo nacional”
El genio nacional – primera parte

Een aantal jaren geleden heb ik uitgebreid onderzoek verricht naar de werken van Ernesto Giménez Caballero, met name zijn manifest Arte y Estado (‘Kunst en Staat’). Het document stamt uit 1935 en is een tamelijk flagrante poging om de concepten avant-garde en fascisme samen te brengen: kunst en politiek als verlengstukken van eenzelfde wereldbeeld. Hoewel het merendeel van de argumenten achterhaald is en ook enige waanzin de auteur niet ontzegd kan worden [1], kan de oplettende lezer ook nu, in l’an de disgrâce 2013, nogpomst tal van verfrissende inzichten aantreffen in het werk van Giménez Caballero. Zo betoogt hij dat het de taak is van iedere natie om te streven naar diens ‘genie’. Hiermee doelt hij op een soort evenwicht in het zelfbewustzijn van een volk, waarbij zijn politieke orde, sociale samenstelling en artistieke productie perfect zijn afgestemd op de volksgeest.

Het nut van een dergelijk evenwicht is in de context van de moderne, globaliserende wereld duidelijker dan ooit. Heel Europa leeft onder het juk van een one-size-fits-all-cultuur; het najagen van de Amerikaanse Droom; een cultuur die is afgestemd op tijd- in plaats van volksgeest. Zelfreflectie, ontwikkeling en idealen maken plaats voor vermaak, oppervlakkigheid en platvloers hedonisme. Als gevolg heerst er een cultus van gebrekkigheid. Dit betekent niet per sé dat de gemiddelde mens nu dommer of minder vaardig is dan vroeger, maar dat domheid en onkunde worden vereerd als waren het deugden. Kunt u niet koken, kunt u niet autorijden of bent u mongool anders intelligent? Hier is het podium, daar het publiek. Vermaken geblazen.

“De esthetiek van het ‘Vrije Westen’ wordt grotendeels gedicteerd door lieden wiens smaak omgekeerd evenredig is aan hun hoeveelheid geld.”

Op zich is de viering van het abnormale niet eens zoveel anders dan de onvervalste Calvinistische zelfhaat waar menig Nederlander mee is grootgebracht, maar een bijkomend nadeel van de in de naam der domheid ontwortelde volkeren is dat de kunst die door hen wordt voortgebracht, zich steeds meer kenmerkt door een universele richtingsloosheid die gerust bestempeld mag worden als nihilistisch. Nihilistisch in de zin dat het zich bezighoudt met non-problemen, of omdat het verondersteld ‘onrecht’ enkel bestrijdt met een door waan gekenmerkte, blinde vernielzucht [2]. Nihilistisch ook omdat eigen inzichten ontbreken: zo is popmuziek wars van aanknopingspunten die ons toe zouden staan er een diepere band mee te kunnen vormen. Het wordt gedreven door het onpersoonlijke en het vergankelijke van de mode. En wanneer het modieuze aspect wegvalt, rest er enkel een zwarte leegte; een leegte die symbool staat voor de trieste realiteit die ons vertelt dat de esthetiek van het ‘Vrije Westen’ grotendeels wordt gedicteerd door reclamejongens met hoog water, pseudo-tegendraadse modenichten en lieden wiens smaak omgekeerd evenredig is aan hun hoeveelheid geld.

heras hekwerk

Willen we niet tot in het einde der tijden leven in een wereld van praktische kapsels en unisekskleding, lijkt het ‘heraarden’ van esthetiek in het nationale opeens zo’n gek idee nog niet. Hedendaagse academici branden doorgaans liever hun tengels niet aan het ‘nationaliseren’ van kunst, maar als een gedicht of een compositie het verlengstuk is van de ziel van een persoon, kan het ook het geesteskind zijn van een volk. Of er dan sprake is van buitenlandse invloeden of niet, doet niet ter zake: een ‘geniaal’ (volgens de definitie als gegeven in alinea 1) kunstwerk had niet als zodanig vervaardigd kunnen worden in een ander deel van de wereld.

In de muziek kan een terugkeer naar de nationale essentie van kunst relatief makkelijk worden bewerkstelligd. Ten opzichte van bijvoorbeeld film of theater is het creëren/uitbrengen van muziek in de moderne tijd een betrekkelijk simpel proces waarin de kunstenaar, wanneer hij slim is althans, niet zo snel zal worden gehinderd door marketing- of productiebelangen. Maar hoe moet deze transformatie dan in z’n werk gaan? Muziekstromingen zijn per definitie  transnationaal en hetzelfde kan gezegd worden van het publiek van zo’n beetje elke band die niet veroordeeld is tot totale onbekendheid. Dit hoeft echter geen hindernis te zijn: een muziekstuk kan karakteristieken vertonen van een bepaald genre, maar door middel van diens thematiek, eigenaardigheid en onderliggende structuur harmoniseren met de volksgeest.

Black metal is hier het ultieme bewijs van. Van oorsprong heeft deze stroming dezelfde nihilistische zwerversconnotaties als punk, maar in de loop der jaren is een select groepje bands de stijl gaan cultiveren. Het inherente individualisme van de black metal maakt dit mogelijk: het zelf neerzetten van een stijl ten koste van het volgen van conventies wordt aangemoedigd. Hierdoor is de kans groot dat een goed uitgevoerd blackmetalproject veel individuele en dus ook de bijbehorende culturele aspecten van de artiest bevat, anders dan bij de ultraconventionele, Angelsaksische popmuziek.

Dub Buk 2

Één van de meest overtuigende bewijsstukken van de culturele eigenheid van black metal wordt geleverd door Dub Buk, op het album Rus ponad use. Deze Oekraïense formatie slaagt er namelijk in haar nationaal-culturele signatuur te zetten zodat deze, hoewel nadrukkelijk aanwezig, nimmer opdringerig wordt. In tegenstelling tot het gros van de representanten van de zogenaamde folk metal, hoeft zij daarbij niet over te gaan op het toevoegen van quasi volkse deuntjes, ingespeeld met traditionele instrumenten over basismuziek die verder niets met genoemde traditie van doen heeft en dan ook prima zonder het ‘volkse’ element had kunnen bestaan. Dub Buk graaft dieper: overal in de muziek komen we thema’s, structuren en esthetiek tegen die het album onlosmakelijk verbinden met de aarde waarin het geworteld is. Dat het eindproduct niet eens zo vreselijk veel afwijkt van wat ons door de gebruiken van black metal wordt opgelegd, en toch klinkt als een oorspronkelijke, onaangetaste stem uit het glorieuze maar ook duistere Oekraïense verleden, duidt erop dat wij hier niet te maken hebben met beginnelingen, maar met meesters.

“De muziek valt nog het meest te vergelijken met slechte wodka: goedkoop, vrij ranzig, maar dodelijk effectief.”

Bij aanvang van het album zullen zij die luisteren zonder voorkennis niet kunnen vermoeden op wat voor auditieve reis zij de daaropvolgende veertig minuten meegenomen zullen worden. Toch licht het intro al een tip van de sluier op en wordt ons gelijk duidelijk gemaakt dat dit geen doorsneemetalalbum is. Thrashriffs vermengen zich met techno-elementen, terwijl strak ingespeelde partijen gelijk verraden dat Dub Buk ondanks het nadrukkelijk aanwezige Casio-keyboard niet de zoveelste incompetente Graveland-kloon is. Composities vloeien probleemloos in elkaar over, ongeacht of een nummer meer in de black- of de thrashhoek past.

Het verleden heeft ons geleerd dat een dergelijk breed spectrum aan invloeden en stijlen weliswaar leidt naar individueel goede nummers, maar dat de luisterervaring als geheel een stuk moeilijker te verteren wordt. [3] Dub Buk slaagt er daarentegen in de aandacht van de luisteraar voor de volle veertig minuten te pakken. Want terwijl de formatie van stijl naar stijl beukt, blijft de sfeer nagenoeg hetzelfde: de aanpak van de band is er duidelijk één van agressie, iets wat zich uit in hoge tempo’s, radicale nationalistische teksten en vocalen die het gros van de tijd de muziek duidelijk overheersen. In combinatie met iet wat gedateerde keyboardpartijen en evenzo karige kolotechnobeats brengt dit muziek voort die – vergeef het stereotype – nog het best te vergelijken valt met slechte wodka: goedkoop, vrij ranzig, maar dodelijk effectief.

Rus ponad use is een album van tegenstellingen. Niet alleen omdat er zoveel verschillende stijlen een rol spelen op de vrij korte schijf, maar vooral omdat het duidelijk aanwezige talent van de muzikanten wordt omgeven door een dunne nevel van naïviteit: de gitaarpartijen zijn strak ingespeeld, de composities bevatten een doordachte structuur die de aandacht van de luisteraar immer vasthoudt, en de zang is keihard… Maar toch ontstaat af en toe de indruk dat dit een paar gasten zijn die niet echt doorhadden wat ze aan het doen waren en vrij per ongeluk een geweldig album hebben opgenomen. Dat dit onwaarschijnlijk is, wordt duidelijk wanneer men zich realiseert dat Dub Buk voor Rus ponad use reeds twee uitstekende platen had uitgebracht.

Het aanvankelijke idee dat dit album een toevalstreffer zou zijn correspondeert met zoveel andere uitingen van Slavische cultuur die, omdat we ze niet begrijpen of omdat ze met mindere middelen gemaakt zijn, tamelijk surreëel aandoen. Zo zorgt de ondoordringbare aard van klassieke Russische films ervoor dat wij westerlingen hun genialiteit niet meteen herkennen: het afwijken van de voor ons zo bekende Hollywoodformule wordt aanvankelijk geïnterpreteerd als onvermogen, omdat we niet meer gewend zijn na te denken over films (bij The Matrix gaat ons hoofd immers al tollen…). Pas als we over een drempel zijn, treden we uit ons vertrouwde wereldje en gaan we andere criteria hanteren om Russische filmkunst op waarde te schatten. Zelfs in platvloerser vermaak is een soortgelijk effect merkbaar. In videospellen als S.T.A.L.K.E.R. en Cryostasis (beide afkomstig uit Oekraïne) zet de knulligheid ons aanvankelijk op het verkeerde been door ons te laten denken dat de makers schijnbaar niet wisten wat ze aan het doen waren. Pas later blijkt dit het simpele gevolg van het gebruik van mindere middelen dan rijke westerse ontwikkelaars, en kunnen wij de werkelijk briljante, onconventionele aanpak van deze Oost-Europese producties bewonderen.

“Rus boven alles? Jazeker.”

Het contrast tussen naïviteit en genialiteit – het met mindere middelen voortbrengen van hogere kwaliteit – is wat Slavische metal in het algemeen, maar Dub Buk in het bijzonder kenmerkt. Het constante gewissel tussen stijlen – black, thrash, folk en techno – kan ervoor zorgen dat het album bij een eerste luisterbeurt nogal gefragmenteerd overkomt. Echter, des te meer je naar de CD luistert, des te meer je je beseft dat het geen toeval kan zijn dat alles op de juiste plaats staat; dat elke tempowisseling op het perfecte moment komt; dat de techno-elementen er telkens in slagen de muziek net dat beetje extra te geven; dat de vocalen altijd op het goede moment worden ingezet. Pas wanneer de luisteraar afstand neemt van westerse muziekconventies (die zelfs tot in menige blackmetalformatie uit dat deel van de wereld doordringen), openbaart zich de genialiteit van Rus ponad use.

De muziek van Dub Buk reikt tot diep in de Slavische aarde. Het staat symbool voor de hedendaagse staat van het Oosten van het Avondland, dat economisch gezien is armer dan het Westen, maar cultureel en spiritueel – zeker vandaag – rijker. Op eenzelfde manier is de Oost-Europese metalscene moeilijker te vatten, of het nou komt door archaïsche instrumentatie, radicale teksten of een afwijkende esthetiek. Oost-Europese bands zijn minder ‘trendbewust’ dan hun westerse evenwichten, waardoor ze in de door het westen gedomineerde wereld minder aanslaan. Maar wie zich hier overheen kan zetten, ontdekt een rijkdom aan creativiteit en talent die nergens ter wereld wordt geëvenaard. Minder middelen, hogere kwaliteit. Rus boven alles? Jazeker.

izverg

Dat Dub Buk met het muzikaal tot uitdrukking brengen van de Oekraïense geest, met zulk een machtig stuk muziek komt, pleit ervoor dat kunst zich weer naar binnen zou moeten richten; zich zou moeten heraarden in de genie van het nationale. Alleen zo kan het publiek stoppen muziek te beoordelen met onzincriteria als productiewaarde, commercieel succes en modebewustheid. Alleen dan kan de artiest de oppervlakkigheid doorbreken die de postmoderniteit en diens bastaardzoon – de massacultuur – met zich meebrengen. Kunst moet weer uitgaan van haar intrinsieke waarden, in plaats van zich bezig te houden met randzaken en zich te conformeren aan de contra-esthetiek van de marketingwereld. Dat de zielloosheid van de globaliserende antikunst vervangen mag worden door een herijking naar de maatstaven van het nationale.

Overigens is ook dit stuk een manifestatie van een dergelijk heraardingsproces, aangezien het de grootst mogelijke afstand neemt van de recensie als productbespreking voor de tobbende consument. Het feit dat u dit nog leest, getuigt dan ook van uw welwillendheid tegenover dit idee, waarvoor dank.

Bezetting:
I.Z.V.E.R.G. – zang, bas
Istukan – gitaar
Vsesvit – slagwerk
Kvita Knyazhe – toetsen
Sataroth – zang op “Tilkiy nash rid”

Nummers:
1 Мертвовод (3:15)
2 Сва-батальйон (4:46)
3 Дубе, скажи мені (5:48)
4 Марш сокир слов’янських (5:27)
5 Русь найвище над усе! (6:52)
6 Слов’янський штурм – Перун Златорун (6:35)
7 Тільки наш рід! (3:31)
8 У 1791 році (3:05)

Totale speelduur: 39:22

Notities:
[1] Het gerucht gaat dat hij heeft geprobeerd Pilar Primo de Rivera, zus van Falange-leider José Antonio, te koppelen aan Adolf Hitler, in een poging het kokende protestantenbloed van laatstgenoemde iet wat te temmen met geile katholieke batspartijen.

[2] Men neme een Oekraïense feeks met blote tieten, een kettingzaag en een groot kruis. Voeg wat door de coke afgestorven hersencellen toe en voilà.

[3] Voorbeelden hiervan zijn Der freiwillige Bettler van Urfaust en het nieuwe album van Peste Noire.

#DEFENDPOLANDBALL

Germanië leeft voort

“Een sissende pijl vliegt duizend meter recht omhoog”
– Liu Kai, 946-996 [1]

Bilskirnir - Wotan Redivivus

Artiest: de Bilskirnir
Uitgave: Wotan Redivivus (langspeelplaat)
Platenmaatschappij: Darker Than Black
Jaar: 2013
Taal: Duits/Engels
Genre: Ode aan de Germaanse geest

Oorspronkelijke Engelse tekst door Poswicht (click here for translation)
Nederlandse vertaling door Degtyarov

wodan

“So Duits”

Het is moeilijk om Duitse black metal uit te brengen onder het welbekende heidense of ‘pagan’-plakkaat. Niet omdat er een scala aan waardige groepen is dat om aandacht vecht, maar eerder omdat bijna alle Duitse ‘pagan metal’ om te huilen zo slecht is. De fout waaraan vrijwel alle bands zich schuldig maken – afgezien van de uiterst lompe muziek – is hun infantiele en tragisch tekortschietende beheersing van de Duitse taal. Een ander probleem dat onafgebroken de kop opsteekt, is het enorme potentieel van de thematiek rond oude goden en voorvaderlijke Germaanse cultuur dat teniet wordt gedaan door een lachwekkend slechte presentatie.

Strrrrrrrrijdvooooooooooolk

Slechts een beperkt aantal groepen is in staat om de völkische geest die de Duitse identiteit kenmerkt, op een smaakvolle manier naar buiten te brengen in de muziek. Pogingen om heidense mythologie en thematiek te scheiden van al het Duitse, berooft de muziek van elke emotionele invulling. Dien ten gevolge is het weinig verrassend dat een het gros van de Duitse pagan black metal bovenal is toegespitst op het aanprijzen van alcohol en weerwolven.

Bilskirnir is een vrij obscure maar desalniettemin belangrijke band (als we een eenmansproject überhaupt zo mogen noemen) die dergelijke valkuilen weet te ontwijken. Veel van de oude Bilskirnir-uitgaven ontketenen een rauwe kracht, gemengd met bij vlagen briljante teksten. Het algehele geluid van het project doet denken aan een oude Franse groep uit Toulon. “Feuerzauber” is onvergetelijk als een opzwepend tribuut aan de Germaanse geest:

“Feuerzauber, Surtur’s Lohe
gleißender Schein, erhellet die Nacht
beim Flammenschein den Schwur zu schwören
Germaniens Söhne halten getreu die Wacht”

In muzikant Wirdar zijn stijl is een onontkenbare evolutie waar te nemen richting een complexere, technisch verfijndere stijl die helaas de rauwe kracht iet wat inperkt, maar toch het unieke geluid van zijn project in stand houdt. Widar RedivivusDit gaat gepaard met een ongebruikelijke mengeling van Duits- en Engelstalige nummers. Uiteraard zijn de beste liederen doorgaans de Duitse, daar de meerderheid van de Engelse nummers tekstueel wat aan de oppervlakte blijft.

Aanvankelijk laat Wotan Redivivus een verrassend warme en technische indruk achter; iets wat een lijn voortzet die op eerdere uitgaven al waarneembaar was. De geluidskwaliteit van de instrumenten is hoorbaar verbeterd, wat bijdraagt aan de plezantere, maar aanmerkelijk minder ruwe luisterervaring. Hier wordt verder aan bijgedragen door de vreemde productie van Widars vocalen. Ook die zijn minder ruig en dus minder aantrekkelijk, daar zij ingeboet hebben aan de magische kracht die Bilskirnir in het verleden zo aantrekkelijk maakte.

Tegenover de tegenvallende productie staat het feit dat deze plaat de meest complexe en aantrekkelijke composities bevat die de groep tot nu toe tentoongespreid heeft. “Der Wolkenwanderer” is een instrumentaal tussenspel met een structuur die doet denken aan middeleeuwse muziek. Daarmee te vergelijken valt het zangloze slotnummer  “Der Raben Heimkehr”, dat het album muzikaal en thematisch opsomt. De andere nummers op de plaat kennen een grote variatie, geholpen door een uitgebreidere verzameling gitaarmelodieën en aanzienlijk verbeterd slagwerk. Kort gezegd is het componeerwerk op Wotan Redivivus een hoogtepunt in de loopbaan van het project.

In tekstueel opzicht blijft deze plaat onmiskenbaar Bilskirnir, daar het zich richt op een völkische lofzang aan de Germaanse goden. Door de slecht verstaanbare zang van Widar komen de teksten echter minder goed over dan voorheen. Één van de grootste krachten van Bilskirnir – de sterke en duidelijk verstaanbare teksten – gaat hiermee verloren. Het was juist deze kracht die nummers als “Dem Feind Entgegen” en “Bis Germanien Erwacht” zo ongelofelijk krachtig maakten.

Al met al is Wotan Redivivus een plaat die niet op kan wegen tegen eerdere uitgaven, zoals het geweldige In Flames Of Purification. Hoewel de nieuwste creatie van Bilskirnir ongetwijfeld technisch superieur is, biedt het niet genoeg kracht of variatie om het werk uit diens gloriedagen te evenaren. Het is echter zeker geen slechte prestatie die Widar hier levert. De geest van Bilskirnir komt nog steeds tot uitdrukking op ieder lied. De plaat mag dan lijden onder de slordigheid van de productie, maar in vergelijking met wat men heden ten dage onder black metal verstaat, is de geest van Wotan Redivivus nog steeds ontegenzeggelijk meerwaardig.

Ganon

Bezetting:
Widar – alle instrumenten, zang

Nummers:
1. Siegsonne
2. Never-dying Light
3. Blood and Spirit
4. Wotan redivivus
5. Der Wolkenwanderer
6. Vorväter
7. Söhne Muspells
8. Muspellheim
9. As This World Ends
10. Der Raben Heimkehr

Totale speeltijd: 44:36

Notities:
[1] Liu Kai 柳开 “Aan het front 赛上” “鸣骹直上一千尺”

Zie ook:
Onze recensie van HeldentumWaffenweihe
Onze recensie van HalgadomHeimstatt

De koude omhelzing van Vinland

“Dat is alles. Een vreemd gevoel van onvergankelijkheid.
– Nescio, Pleziertrein, 1961.

triumph

Artiest: maple syrup Pagan Hellfire
Uitgave: On The Path To Triumph (langspeelplaat)
Platenmaatschappij: Tour de Garde
Jaar: 2013
Taal: Engels
Genre: Ode au temps passé

Tekst door Degtyarov
(For the English translation, click here)

vikingabalk zw

“Come what may, Vinland, I am ready!”

Trouwe lezers weten dat er op deze webpagina met enige regelmaat is afgegeven op bands als Immortal en (het late) Gorgoroth. Hoewel de spot die wij drijven met vercommercialiseerde gezichtsverfgroepjes uit de jaren ’90 welgemeend is, komt deze hoon absoluut niet voort uit een gebrek aan respect voor de Noorse/Scandinavische ‘scene’. Bands uit Noord-Europa zijn van essentieel belang geweest voor de ontwikkeling van black metal van een wat jolig esthetisch concept tot een volwaardige muziekstroming met een – in tegenstelling tot overzeese stromingen als thrash en death metal – herkenbaar Europees geluid.Incarnatus Het werk van bands als Bathory, Burzum en Darkthrone kan in termen van invloed en kwaliteit niet genoeg geprezen worden.

Nee, Bevroren Ivoren Toren herkent zich volstrekt niet in de antinostalgische mentaliteit die een aanzienlijke populariteit geniet onder vooral jongere luisteraars van black metal. Wij snappen het echter wel. Weinig is irritanter dan het weemoedige geblaat van ouwe sokken die beweren dat vroegâh alles beter was, op een toon die impliceert dat zij er zelf bij waren toen Euronymous zijn platenzaak Helvete in elkaar knutselde. Daar komt nog bij dat black metal als genre sinds het begin der negentiger jaren nou niet bepaald heeft stilgestaan. Bands als Peste Noire, Akitsa en Drudkh doen zeker niet onder voor de artiesten die hen inspireerden. Het einde van de Scandinavische hegemonie en de daaropvolgende verdere ontwikkeling van het concept black metal zijn van cruciaal belang weest voor de overleving van het genre in de 21ste eeuw.

Toch kan het te midden van zulks een innovatiedrang verfrissend zijn om een band aan te horen die ook in l’an de disgrâce 2013 het klassieke Noorse geluid blijft vereren. Het uit Canada afkomstige Pagan Hellfire bewijst met het recent verschenen album On The Path To Triumph dat de Noorse traditie ook met twee decennia aan genreverbreding nog weinig aan impact heeft hoeven inboeten. Met langgerekte composities, tremoloriffs en harde blastbeats doet de al sinds 1995 actieve eenmansoperatie bovenal aan als een typische blackmetalband. Ondanks het ‘pagan’-plakkaat, dat zelfs in de bandnaam is terug te vinden, is men niet van de minimalistische, vooral op sfeer en emotie leunende aanpak die door talrijke Oost-Europese paganblackmetalbands is gepopulariseerd. In plaats daarvan grijpt On The Path To Triumph terug naar een typisch Second Wave-geluid en verrijkt het met buitengewoon fraaie composities, instrumentatie en productie.

“De muziek roept herinneringen op aan vergane glorie.”

Hoewel de esthetisering van het primitieve het vaak doet lijken alsof het element productie binnen de black metal bijzaak zou zijn, is niets minder waar. Albums waarop de balans wordt gevonden tussen luisterbaarheid en rauwheid, blijven dikwijls beter houdbaar dan platen die te veel opgaan in één dezer aspecten. Minder archaïsch gezegd: met On The Path To Triumph bewijst Pagan Hellfire dat de impact van zelfs een toch al harde muziekstijl als black metal des te groter wordt wanneer de productie de muziek aanvult en haar zo beter tot haar recht leiv2laat komen. De stevige drums in het bijzonder maken het dat de muziek snoeihard de luidsprekers uitkomt, zonder daarbij de gitaren geheel te overstemmen. Ook de schelle zang komt met precies het goede volume uit de muziek naar voren; dat wil zeggen luid genoeg om niet ondergesneeuwd te raken door de immer doorbeukende muziek en niet zo hard dat het de instrumenten à la Panzerfaust naar de achtergrond drijft.

Ieder album staat of valt echter met composities. Ook op dit vlak presteert Pagan Hellfire bijzonder goed. In goede blackmetaltraditie wijkt de structuur van de muziek af van het popmodel en kiest het er in plaats van de gemakkelijke couplet-refreinstructuur te hanteren, voor om de ene riff na de andere in de strijd te gooien. Af en toe worden bepaalde melodieën nog eens herhaald bij wijze van herinterpretatie, een techniek die afkomstig is uit de klassieke muziek. Incarnatus, de muzikant achter dit project, heeft tevens een bijzonder talent voor het creëren van melancholische riffs zonder daarbij in de emotioneel oppervlakkige DSBM-zone te belanden. In plaats van depressieve gedachten, roept de muziek eerder herinneringen op aan vergane glorie, wat weerspiegeld wordt door titels als “What Has Always Been” en “Monuments Of Victories Forgotten”. Toch wordt ook deze melancholie niet gebracht zonder een paar sprankjes hoop op verlossing, waar het nummer “The Fire Of A New Dawn” dan weer van getuigt.

“Dit is het ultieme eerbetoon aan de oude meesters.”

De vooruitstrevendheid die veel van de meest gewaardeerde blackmetalbands van dit moment kenmerkt, is te prijzen. Toch kan het, paradoxaal als het misschien klinkt, verfrissend zijn wanneer een artiest het eindeloze streven naar vernieuwing eens overboord kiepert en zonder pretenties keiharde black metal produceert zoals die ook begin jaren ’90 in Noorwegen werd vervaardigd. Het feit dat Nova Scotia, de thuishaven van dit illustere eenmansproject, de plek is waar de Vikingen lang voor 1492 hun nederzettingen bouwden, zal ongetwijfeld aanzet geven tot een scala aan oppervlakkige parallellen (u ziet, ook wij hebben de verleiding niet geheel kunnen weerstaan), maar het blijft opmerkelijk dat een Canadese band zo uitblinkt in de executie van een in de vergetelheid rakend geluid. On The Path To Triumph is zo het ultieme eerbetoon aan de oude meesters. Het bewijs dat originaliteit niet tot deugd an sich hoeft te worden verheven.

leiv zw

Je kunt On The Path To Triumph nu kopen bij Tour de Garde.

Pagan Hellfire is:
Incarnatus – alle instrumenten, zang

Nummers:
1. Only Death’s Call (10:23)
2. Of Wind And Storm (5:55)
3. The Fire Of A New Dawn (5:43)
4. Highest Peaks Of The North (6:40)
5. What Has Always Been (8:19)
6. Monuments Of Victories Forgotten (7:42)
7. An Oath Drawn In Blood (5:57)

Totale speelduur: 50:39

Zie ook:
Onze recensie van KawirDei Kabeiroi
Onze recensie van ZemialI Am The Dark
Blackgaze bestaat niet

Muziek beluisterd tijdens deze recensie: Pagan Hellfire, Darkthrone

Bier gedronken tijdens deze recensie: Iki